
24 oktober - 4 december 2000
Wat vooraf ging aan onze reis ....................
Al begin februari 2000 hebben we onze plannen klaar en weten precies wat we willen gaan bezichtigen in dat verre Australië. Het definitieve boeken kan gaan gebeuren. In verband met de (para-) Olympische Spelen die in september/oktober gehouden worden, kunnen we pas een week later dan oorspronkelijk gepland vertrekken. Het lange wachten begint totdat we eindelijk op vakantie kunnen! Het hele jaar hebben we weinig vrije dagen omdat we die hard nodig hebben voor de 6-weekse trip naar Australië.
Het
vertrek
dinsdag 24 oktober
Eindelijk
is het zover………… Met de taxi gaan we naar het NS-station en vervolgens
op naar
Schiphol.
Met Qantas vlucht QF 3443 vertrekken we om 20.55 u. richting Londen Heathtrow en stappen daar na ca. 30 min. over op vlucht QF 10 om koers te zetten naar Melbourne met een tussenstop van 1,5 u. in Singapore (tot Singapore 10893 km.). Heathtrow is net een doolhof (erg ouderwets) als je naar een andere gate moet lopen (en ver!).
In het vliegtuig woensdag 25 oktober
Vliegen – vliegen – vliegen.
Singapore
is een prachtig vliegveld. Zo op het eerste gezicht mooier dan Schiphol. Er is
zelfs een massagesalon, sauna en een casino. We hebben echter maar 1 uur om
alles te zien, dus dat is veel te kort.
Ondanks enkele korte vertragingen onderweg komen we toch 3 kwartier eerder aan in Melbourne dan gepland op donderdag 26 oktober met een tijdverschil van 9 uur met Nederland. De reden hiervan is dat we volgens de piloot wind mee hebben gehad. Dat zal wel, geloven we direct!
We zitten zelfs ’s nachts om 01.00 uur aan een warme maaltijd! Dan gaan de gordijnen dicht, TV-schermen en het licht uit, dus er moet verplicht geslapen worden!
De reis op zich viel mee. Door het vriendelijke Qantas-personeel werden we constant voorzien van eten en drinken.
Op het vliegveld van Melbourne blijkt dat mijn koffer nog in Londen staat. Daar zijn we dus heel blij mee (écht niet!). Er wordt ons beloofd dat de koffer vrijdagochtend bij het hotel zal worden bezorgd. Even de kinderen bellen dat we veilig zijn aangekomen en dan met een taxi naar de stad.
Melbourne donderdag 26 t/m maandag 30 oktober
Omdat we erg vroeg in
de ochtend bij het hotel (Rydges Melbourne, 186 Exhibition Street) arriveren,
kunnen we nog niet op de kamer. Dat is een tegenvaller, want de vermoeidheid
heeft inmiddels flink toegeslagen, evenals het gebrek aan slaap. We besluiten
eerst maar een stukje te lopen om ergens koffie te drinken. Terug in het hotel
kunnen we om 11.00 uur op de kamer, waar we vervolgens het bed induiken en tegen
vieren wakker worden, nog niet echt fris, maar het gaat al iets beter. Ook wij
zullen niet aan een jetlag ontkomen!
Er
wordt een telefoonkaart gekocht en we bellen naar nicht Jo en haar man Ted in
Adelaide om te vertellen dat we heelhuids zijn gearriveerd. Het diner wordt een
Big Mac-menu bij McDonalds. We hebben geen zin om uitgebreid te gaan eten. Om
18.30 u. zijn we terug in het hotel en het bed wordt weer opgezocht. Beetje
lezen, dagboek aanvullen, TV kijken en heel vroeg slapen, in de hoop dat we
morgenochtend weer okselfris zijn om Melbourne en omstreken te gaan bezichtigen.
Om niet al te veel (en grote) souvenirs te sparen van iedere plaats die we bezoeken, besluiten we een verzameling “hatpins” aan te schaffen, die we later met een Aboriginal-doek kunnen inlijsten.
Vrijdag
27 oktober
Na
redelijk goed geslapen te hebben, af en toe wakker geworden, ’s nachts een
kopje thee gedronken en weer verder geslapen te hebben staan we vrijdags rond
half negen op en gaan op zoek naar een ontbijtcafé. Het lijkt of iedereen hier
buitenshuis ontbijt, luncht en dineert. We vinden een ontbijtcafé
dat tevens als internetcafé
(Mary Martin Book Shop Café
in Bourke Street) dienst doet, dus vanaf daar versturen we enkele e-mails
richting Nederland. Het blijkt helaas niet mogelijk om een foto mee te sturen.
Daarmee zullen we moeten wachten totdat we in Adelaide zijn.
Vervolgens
lopen we richting Immigration Museum waar we een wandelkaart kopen om de mooiste
en uitzonderlijkste gebouwen van het centrum te bekijken. Het waait vreselijk
hard en regelmatig valt er een bui regen. In het overdekte shoppingcentrum
Australia On Collins is een hele etage ingericht met allerlei soorten voedsel
uit de hele wereld, o.a. Aziatisch, Vietnamees, Italiaans, Europees, Amerikaans
etc., een zogenaamd foodcourt. Hier wordt uiteraard een korte pauze ingelast.
Rond het middaguur gaan we even terug naar het hotel en warempel: de koffer is gebracht. Hoera! We lopen naar het Spencer Street Station om de treinreis naar Adelaide te bevestigen. Terwijl we aan het bestuderen zijn welke tram we moeten hebben om weer naar hartje stad te gaan, worden we aangesproken door een oude Aussie die ons behulpzaam is (volgens ons zijn alle Aussies zeer behulpzaam en vriendelijk). Als hij hoort dat we van Nederland komen, prijst hij onze koffie aan als de beste van de wereld. Wij snappen dat niet helemaal, want de meeste koffie hier smaakt (tot nu toe) ook prima! Later krijgen we in de gaten dat er op de meeste plaatsen oploskoffie wordt gebruikt.
Met de gratis tram rijden we naar het Melbourne Museum, waar we eerst de lunch gebruiken (nasi goreng). Het museum is pas dit jaar geopend en heel futuristisch gebouwd en ingericht. Het is nog niet helemaal klaar, slechts 2 afdelingen zijn geopend: de Australia Gallery, die een beeld schetst van de historie en cultuur van Australië en de Bunjilaka. Dit is het Aboriginal Centre dat de geschiedenis van dit volk weergeeft. Heel indrukwekkend (en volgens ons enigszins beschamend voor de blanke Australiërs).
Rond 17.00 uur zijn we terug in het hotel en bellen even naar de familie in Canberra, waarna we een uurtje op bed gaan liggen, want hoewel we de jetlag naar ons gevoel redelijk goed hebben verwerkt, zijn we toch moe geworden. Tenslotte hebben we ook de hele dag rondgewandeld en heel veel nieuwe indrukken opgedaan.
Om een uur of acht moeten we toch wat gaan eten, hoewel we niet echt honger hebben. We besluiten maar weer naar Mc Donalds te gaan, waar we achteraf toch spijt van hebben; een Big Mac-menu en een Australian menu (hamburger met rode bietjes!) is bepaald geen culinaire maaltijd. Dat doen we dus niet meer (denken we)!
Uitzicht op Melbourne vanaf de hotelkamer
Zaterdag
28 oktober
Vandaag
bezoeken we de Melbourne Zoo, waar we met de tram naartoe gaan. Dit is een
schitterend dierenpark, heel groots opgezet en bepaald niet commercieel. Er zijn
opmerkelijk weinig bezoekers. Wij vragen ons dan ook af hoe zo’n park kan
blijven bestaan. De entreeprijzen zijn naar onze mening laag. Er lopen een groot
aantal vrijwilligers rond die de bezoekers wegwijs maken en uitleg geven. Een
gids brengt ons naar een schattige baby-oerang oetang. Er is op 21 oktober 2000
een girafje geboren,
maar dat mag nog niet buiten komen.
‘s Middags bezoeken we Victoria Market. Dit is een grote groente- en fruitmarkt. We kopen wat sinaasappels en mandarijnen voor $ 1,= per kg. Een koopje en lekker! Bij een fruitkraampje in Melbourne-city betaal je voor een sinaasappel al gauw $ 1,= per stuk. Verder is er een grote bazaar, die te vergelijken is met die van Beverwijk.
Omdat we morgen al vroeg met de bus mee gaan en niet weten of er tijd is voor een ontbijt, kopen we wat voedzame koeken. Koek en snoep is hier zeer ruim aanwezig maar ook tamelijk prijzig. Voor 1 mueslikoek betaal je al gauw $ 1,30 ($ 1 = ƒ 1,38).
Na een korte pauze vertrekken we rond zeven uur naar Café K voor het diner, dat bestaat uit meloen met ham als voorgerecht, voor Fons lamskoteletjes met kaas ‘gepaneerd’ met pestopuree en broccoli. Voor mijzelf een Porterhouse steak met salade en frites. We sluiten af met een kop long black coffee. Het heeft heerlijk gesmaakt. Café K is een BYO (bring your own) restaurant, hetgeen betekent dat de gasten zelf hun drank mee kunnen brengen. Zij betalen dan alleen een kleine vergoeding voor het openmaken van de fles en het gebruik van de glazen. ’s Lands wijs ’s lands eer!
Bij terugkomst in het hotel bellen we onze zoon Eric en die heeft de verheugende mededeling dat de gerepareerde bril van Fons naar verwachting aanstaande dinsdag per koeriersdienst in Adelaide zal arriveren.
Zondag 29 oktober
Na
beiden heel slecht te hebben geslapen (beetje diarree en onbestemd gevoel in de
maag) worden we om ’s morgens om kwart over acht bij het hotel opgehaald voor
een dagtocht naar Ballarat en Sovereign Hill op 105 km. rijden. Onderweg stoppen
we bij een leuk ingericht fruitstalletje in the middle of nowhere.
Sovereign
Hill is een exacte kopie van het dorp Ballarat tijdens de goldrush omstreeks
1865. Er werken heel veel enthousiaste vrijwilligers die ook authentiek gekleed
zijn,
overal is wel wat te zien en worden er korte sketches opgevoerd. Fons
waagt zich zelfs aan “gold digging”; zonder resultaat uiteraard.
Helaas,
geen goud gevonden! Volgende keer beter
Om 17.30 u. arriveren we weer bij het hotel en gaan direct een hapje eten. We gaan op tijd naar bed om het slaaptekort van de vorige nacht in te halen.
Maandag 30 oktober
Vandaag
bezoeken we de prachtige Botanic Gardens van Melbourne, waar we een groot deel
van de dag mee zoet zijn. Er is echt van alles te zien: bomen, planten,
vlinders, verschillende vogelsoorten, waaronder enkele bomen vol met flying
foxes (soort grote vleermuizen) en zwarte zwanen, die bij het restaurant het
terras op komen om voedsel te bedelen. Het geboortehuis van James Cook is vanuit
Engeland hiernaartoe overgebracht en opnieuw opgebouwd en staat midden in het
park.
Geboortehuisje van James Cook
Ook lopen er verschillende schoolklassen rond. De kinderen hebben allemaal een uniform aan, vreemd gezicht! Zoals we later horen, zijn hier heel veel particuliere scholen en die hebben allemaal hun eigen uniform. Kinderen moeten hier al vrij snel na de geboorte ingeschreven worden, anders maken ze geen kans om een bepaalde school te bezoeken.Later horen we dat de ouders per schooljaar per kind ongeveer ƒ 2.500,= betalen.
Het weer is aanmerkelijk verbeterd en ik verbrand behoorlijk tijdens de wandeling in de gardens. Ik bel tante Sjaan in Sydney en die is “on the top of the world” dat we bij haar komen logeren.
Vanaf
Station Spencer Street Terminal Melbourne vertrekken we ‘s avonds om half tien
met de nachttrein richting Adelaide. Er zit een ½ uur tijdsverschil in (klok
terug). We verblijven in een 1e class twinette met toilet, douche,
wastafel en 2 keurig opgemaakte stapelbedden.
Na vertrek krijgen we een glas champagne in de restauratiewagen, waarna we gaan slapen (althans proberen). We worden regelmatig wakker geschud doordat de trein stopt of een bocht neemt.
Adelaide dinsdag 31 oktober t/m zaterdag 4 november
Om kwart over vijf worden we gewekt en na een kleine wasbeurt gaan we ontbijten. Aan douchen wagen we ons maar niet, want het is maar een heel klein hokje waarin dat moet gebeuren. Bovendien rijdt de trein ondertussen verder, dus dan word je tussen 4 muren op en neer geklutst. Aankomst in Adelaide ’s morgens om half acht (in Nederland is het dan 8,5 uur vroeger) op Keswick-station. Daar komen per week slechts 2 treinen. Het lijkt ons dus niet erg rendabel om zo’n station te runnen.
We zijn hier 2 uur eerder dan gepland en de familie is dus nog niet op het station. Na gebeld te hebben, komen nicht Jo, haar man Ted en nicht Anjii ons ophalen. Wij rijden naar Morphett Vale, ongeveer 40 km. vanaf Keswick-station en daar is ook neef Tony aanwezig plus 2 schitterende poezen (moeder en zoon). Zoon Eric, schoondochter Jane, de kleinkinderen Jake (7 jr) en Emma (3 jr) en hondje William logeren er ook, dus het is er erg druk. Anjii blijkt in een vouwwagen in de achtertuin te bivakkeren.
Na een uitgebreide koffie en lunch (met veel gebabbel natuurlijk) gaan we naar het strand Christies Beach en Noarlanga Beach, waar we een wandeling over het strand maken en een ijsje eten.
Ted & Jo Agnes & Anjii Fons & Ted
Omdat mijn voeten erg pijnlijk zijn, bezoek ik een “podiatrist” die het eksteroog weghaalt en waar ik $ 40,= voor mag betalen. Maar dat is niet erg, als de pijn maar over is.
Het is bewolkt en af en toe regent het. De temperatuur is ca. 24°C, dus we kunnen heerlijk buiten op het overdekte terras zitten.
Het
huis van Jo & Ted is een bungalow, zoals bijna iedereen in Australië een
dergelijke soort woning heeft. Een grote keuken met bar en eetkamer, een kleine
zitkamer, 4 slaapkamers, badkamer, bijkeuken, een grote overdekte serre die
halfvol staat met plantenbakken, een carport waaronder de boot staat gestald en
een heel groot regenopvang-reservoir waarvan het water als drinkwater wordt
gebruikt. Dat is beter dan het normale drinkwater uit de kraan. Kom er maar
‘ns om in Nederland! De
inrichting van het huis is naar ons idee erg “gedateerd”, vermoedelijk is
een groot deel van het meubilair nog uit de periode waarin ze getrouwd zijn. Er
staat ook nog een wasmachine die men handmatig met water moet vullen, bijna een
museumstuk. Jo vindt wel dat die zo langzamerhand aan vervanging toe is, maar
zolang de machine nog werkt...... Later zal blijken dat veel Australische
woningen op dezelfde manier zijn ingericht.
Op
woensdag maken we met Jo, Ted en Anjii en rondtour van ca. 250 km. O.a. naar
Victor Harbor. Prachtig landschap, lijkt veel op Luxemburg, Duitsland. We
lunchen onderweg en zien steeds andere verbazingwekkende dingen.
Enkele uitdrukkingen die we al snel leren zijn:
Kindy = kinderdagverblijf
Getter = pispot (go get it under the bed)
Go for it! = doe waar je zin in hebt of wat je van plan bent
Jetty = steiger in het water
Gumtrees = eucalyptusbomen
Australian salut = vliegen verjagen door met je hand te zwaaien
Donderdag 2 november
Na Tony opgehaald te hebben rijden we naar Cleland
Wildlifepark, waar we de
koala’s kunnen knuffelen en de kangoeroes kunnen
voederen. Heel erg leuk. Tony maakt video-opnamen, onder andere van Jo die
belaagd wordt door enkele hongerige emoes. Daarna gaan we naar Mount Lofty waar
we een prachtig uitzicht hebben over Adelaide.
Vervolgens naar Tony z’n huis waar we zijn vrouw Sandra en zoon Scott ontmoeten en de video-opnamen bekijken. Tony & Sandra hebben een heel groot huis in de buurt van Adelaide Hills. De omgeving lijkt wat op Oisterwijk, maar dan heuvelachtig.
Ted en Tony zijn beiden fervente sportvissers, zoals bijna alle Australiërs. Dit wordt als volgt verklaard: ’n gepensioneerde man heeft nodig:
a shed, a garden and a boat
‘s morgens besluit hij het gras te maaien, maar bedenkt zich en neemt zich voor om te gaan knutselen in de schuur
bij het zien van de boot gaat hij alsnog vissen!
en dat dagelijks!!!
Bij thuiskomst heeft Jane voor het avondeten
gezorgd dus we kunnen zo aan tafel. ’s Avonds komt zoon Paul en zijn vriendin
Monique op bezoek.
Monique zegt dat ze gelijkenis ziet tussen Jo en mij. Bij de “barbie” die we de volgende dag hebben, wordt dat nog eens bevestigd door twee buurvrouwen van Jo.
huis van Tony & Sandra
Vrijdag
3 november
Vandaag
gaan we shoppen met Jo en Anjii en de stad Adelaide bezichtigen. Adelaide heeft
een groot winkelcentrum dat gebouwd is in een square, net als in Melbourne. Je
kunt er dus heel gemakkelijk de weg vinden. Eerst gaan we naar David Jones, een
heel chique winkel, waar alleen damesspullen verkocht worden Hier passen
we wat hoeden. Niet om te kopen maar just for fun. De hoeden zijn bestemd voor
a.s. dinsdag wanneer de Melbourne Cup wordt gereden (eenzelfde soort evenement
als Ascot in Engeland). De prijzen variëren van $ 60 tot $ 400. Zullen we toch
maar niet doen! Bonbons zijn in
deze winkel echt duur, $ 77,= per kg, dat is dus zo’n ƒ 107,=. Voor een blik
espressokoffie van Illy Café dat bij ons ongeveer ƒ 9,= kost, betaal je $
22,=, ofwel ƒ 30,=
Dan drinken we koffie met gebak bij David Jones ($ 28). Très chique, althans volgens Jo en Anjii! We gaan voor mij op zoek naar schoenen en een outbackpetje maar slagen niet. Fons wel, die koopt een echte Crocodile Dundeehoed van het beroemde merk Akubra en is hier zeer mee in z’n sas. De hoed krijgt dan ook nog een zeer speciale behandeling door de winkeljuffrouw en om de hoed goed in model te houden moet ie ondersteboven bewaard worden.
We kopen nog wat cadeautjes, waarna we nog een wandeling maken door het prachtige park langs de Torrens nabij de schouwburg van Adelaide. Dan is het weer tijd om met de bus terug te gaan naar de parkeergarage. Tegen vijven zijn we weer thuis.
’s Avonds hebben we de familie uitgenodigd voor een etentje buitenshuis bij Tuckerland (tucker is Australisch voor eten). Met 7 volwassenen en 2 kinderen betalen we $ 180,-- (onbeperkt eten) dus dat is erg goedkoop. Het eten is erg goed (Chinees, Australisch, seafood, salads, dessert, gebak, ijs), er is een uitgebreide keus en voor frisdrank betaal je $2 waarna je zoveel drinken als je wilt. Koffie is gratis, alleen voor alcoholhoudende dranken betaal je ($16 voor een heel goede fles wijn).
Na
thuiskomst geven we de kinderen hun cadeautjes en die zijn hier erg blij mee.
Later hebben we nog enkele heel plezierige uren. Ted kan enorm goed anekdotes
vertellen met die twinkelende ogen van hem en we hebben dikke pret en ook Jo kan
er wat van.
Zaterdag
4 november
Op
zaterdagochtend gaan Fons en ik een stukje lopen in Morphett Vale en kopen een
speeltje voor hondje William, die daar erg happy mee is. ’s Middags hebben we
een “barbie” met de hele familie en de buren Het is erg gezellig, het weer
is grandioos (ca. 25°C),
het eten lekker en er wordt het nodige gedronken.
’
s
Avonds worden we door Anjii en haar man Ken uitgenodigd om mee te gaan naar
Windy Point om Adelaide ‘by night’ te zien. Het uitzicht is werkelijk
schitterend. Na terugkomst nemen we nog een drankje en gaan dan op tijd naar
bed.
Zondag
5 november
om
10.00 u. vertrekken we met vlucht QF 681 naar Alice Springs en worden
uitgezwaaid door Jo, Ted, Tony, Sandra, Anjii en Ken. Het afscheid is
enigszins emotioneel en zowel Fons als ik kunnen de ogen niet drooghouden.
Tony maakt weer video-opnamen en belooft een kopie van de tape naar Tilburg te
sturen. We arriveren in Alice Springs om 11.00 u. Er zit echter een uur
tijdverschil in, dus we vliegen 2 uur (klok 1 uur terug). De afstand Adelaide
– Alice Springs is 1530 km.
The Red Center zondag 5 t/m donderdag 9 november
Om
11.00 u. is het al 30°C
en vanaf vandaag wordt er flink met de zonnebrandcrème factor 30 gesmeerd. We
nemen een shuttlebus naar hotel Alice Springs Vista, Stephens Road in Alice
Springs en nadat we de koffers hebben weggezet, gaan we te voet naar het
centrum van Alice Springs op plm. 2 km. afstand. Het is erg warm en we hebben
al snel spijt dat we niet met een taxi zijn gegaan. Als we bijna in het
centrum zijn, blijkt de weg door de rivier de Todd onder water te staan en we
moeten een eind rechtsaf lopen naar de volgende brug. Ik vind dit niet zo
prettig, het is behoorlijk door “bushland” en er lopen toch wel wat
“onduidelijke” figuren rond. Ik ben blij als we weer vaste grond onder de
voeten hebben. Het dorp op zich is erg toeristisch. Ik koop een
“schattige” hoed om ook de nek te beschermen en een vliegennet. Fons vindt
dit niet nodig. We zullen zien! Na de lunch nemen we een taxi terug naar het
hotel, waar we even gaan zwemmen. Onze voeten worden zo ongeveer geroosterd op
de stenen! Daarna terug naar de kamer om even uit te rusten.
Even nog over de rivier de Todd: in deze rivier wordt jaarlijks een roeiwedstrijd gehouden, maar die kon dit jaar niet gehouden worden omdat er water in stond door de vele regenval. Wat is namelijk het geval: bij deze roeiwedstrijd, die altijd heel veel bezoekers trekt, nemen de deelnemers de roeiboot op de nek en lopen zo hard ze kunnen door de droge bedding van de rivier. Dat geeft natuurlijk de nodige hilariteit!
Het wordt buiten in enkele minuten tijd erg donker en het onweert fors. ’s Avonds eten we heerlijk (en voordelig) in hotel Vista (met banaan gevulde varkensfilet en een heerlijke Malibu-saus erbij, voor Fons een Barramunda-vis in folie). We kunnen het niet helemaal op. Nog een kopje koffie en dan vroeg naar bed, want we moeten om 05.30 uur op voor onze 1e bustour. Volgens de receptie van het hotel hebben we de tour (o.a. Flying Doctors en Telegraph Office) van vanmiddag gemist. Van de busmaatschappij kwam men ons om 14.00 u. halen, maar wij weten nergens van. Dat zullen we informeren bij het reisbureau na terugkomst in Holland.
Maandag
6 november
Om
06.45 u. worden we met de bus opgehaald voor een 5½ uur durende tour naar
Yulara – Ayers Rock, een afstand van 440 km. De koffers gaan direct mee;
na de tour overnachten we in Desert Gardens Resort, Yulara Drive, Yulara
NT 0872 (Ayers Rock). Onderweg rijden we door the MacDonnell en James
Ranges, die duizenden vierkante kilometers groot zijn. Ook stoppen we bij
de Noel Fullerton’s Camel Farm waar men een ritje op de kameel kan
maken, wat we niet doen; die beesten stinken verschrikkelijk. We kopen een
versnapering in een soort “kantine”. Er is niks luxueus te bespeuren,
maar drinken en een klein hapje gaat er altijd in.
Onderweg
liggen op veel plaatsen meloenen (Camel melons), die echter giftig zijn en
voor mens en dier niet eetbaar. Het landschap is ongelooflijk uitgestrekt,
je ziet kilometers ver alleen maar wat lage struiken en kleine boompjes.
We vervolgen onze tocht door de grote cattle stations van Curtin Springs en Mount Ebenezer, dat tevens een kleine nederzetting is met een zeer ouderwets benzinestation, café en een winkeltje waar Aboriginal artikelen worden verkocht. Bij Mount Conner wordt gestopt om foto’s te kunnen maken van de Uluru die op grote afstand te zien is.
Rond 12 uur komen we aan in Ayers Rock, waar we in het hotel inchecken en vervolgens de omgeving gaan verkennen. In Ayers Rock is slechts 1 **** hotel, 1 goedkoper hotel en een camping met backpackersverblijf. Dit alles behoort toe aan één onderneming.
‘s
Middags om 15.00 u. worden we bij Desert Gardens met de bus opgehaald voor
de tour Kata Tjuta (Olgas) & Sunset Drinks (ca. 70 km.). We maken een
wandeling over rotsachtige grond door de Olga Gorge. Hier groeien ook
planten die alleen in dit gebied voorkomen. De zonsondergang valt wat
tegen omdat er geen zon meer is, hoewel de kleuren van de lucht heel mooi
zijn. Het is wel een erg
toeristisch gebeuren, iedereen krijgt chips en ’n glas wijn. Het is een
toeristisch gebeuren op zich om een hele rij Japanners op klapstoeltjes
met een glaasje wijn in de hand naar de Uluru te zien staren en
fotograferen. De Olga’s en Uluru zijn erg mooi, ook vanwege de rode
kleur, en zeer apart (rotsformaties in een verder vlak landschap).
’s Avonds hebben we een heerlijk buffet tegen een tamelijk hoog tarief, maar dat zal wel komen omdat we midden in de desert zitten en er geen concurrentie is.
Dinsdag
7 november
Op
dinsdag rijdt de bus weer om 05.00 u. voor, dus we moeten om 04.15 u. op voor
de tour Sunrise & Base Tour / Clim Optional (afstand ca. 70 km).
| sunrise | Uluru (Ayers Rock) |
Bij Ayers Rock zijn we om 07.00 u. getuige van een prachtige sunrise. De Uluru krijgt allerlei prachtige rode kleuren en de lucht is heel licht bewolkt waardoor die ook schitterende kleuren heeft. Dan rijden we naar de andere kant van de Uluru waar onze chauffeur/gids Jack ons meeneemt voor een wandeling van ruim een uur (Mala Walk). Hij weet ontzettend veel te vertellen over het planten- en dierenleven rond de Uluru en natuurlijk over de Aboriginals die de grootste monoliet ter wereld beschouwen als hun heilige berg. Er zijn enkele mensen die de berg willen beklimmen, maar ze moeten nog even geduld hebben omdat het te hard waait. Naast de Uluru ligt nog een “kleine” monoliet, Little Ayers Rock. Tenslotte bezoeken we het Cultural Centre and Maruku Arts and Craft Cooperative waar Aboriginal kunst wordt verkocht.
Na terugkomst in het hotel pakken we de koffers weer in waarna we nog wat wandelen gaan, ansichtkaarten naar huis sturen en een hamburger eten.
Om 12.45 u vertrekken we met de koffers voor de overnachting in Hotel Kings Canyon Resort in Yulara NT 0872. Dit is een afstand plm. 450 km. Aankomst om 17.30 u. Dit is pas echte ‘bush’ en het is écht warm, 37°C.
Na een snelle douche gaan we een hapje eten in het ‘restaurant’, een soort veredelde voetbalkantine met het nodige aantal vliegen. Die hebben we trouwens veel minder gezien (en minder last van gehad) dan ons vantevoren was verteld. Om plm. 21.00 u. gaan we naar bed om nog wat te lezen, maar dat duurt niet lang, de vermoeidheid slaat wederom toe. Het is iedere dag dan ook “pluk de dag”, dus dan is het niet zo verwonderlijk dat we iedere avond op tijd in bed liggen
Woensdag
8 november
Om
08.00 u. maken we deel uit van de tour naar Kings Canyon Creek (ca. 20 km.),
die op de westelijke punt van de George Gill Ranges ligt. Dit is een grote
rotsformatie, die door weersinvloeden grillige vormen heeft aangenomen. Die
tocht duurt ruim een uur en onze gids Jack vertelt een heleboel over de
vegetatie en het dierenleven in de Creek. Er zijn enkele kleine meertjes
(waterholes, zoals de Aboriginals ze noemen) en dit is sinds 20.000 jaar de
thuishaven van de Luritja-stam geweest. De echte sportievelingen zijn al om
zes uur vertrokken om de Kings Canyon te beklimmen.

Om
12.30 u. vertrekken we voor een
rit van 500 km., met een pitstop in Erldunda,
en komen om zes uur ’s middags aan in hotel Alice Springs Vista waar
we de laatste nacht doorbrengen voordat we naar Cairns vertrekken.
Achteraf gezien hadden we de tocht naar Kings Canyon beter niet kunnen maken. We hebben namelijk zo’n zeshonderd kilometer in de bus gezeten voor een wandeling van één uur (die overigens heel leerzaam en mooi was). Voor de mensen die Kings Canyon hebben beklommen, zal dit echter wel een leuke ervaring zijn geweest.
Donderdag
9 november
Donderdags
ben ik al om zeven uur op en werk mijn dagboek wat bij. ’s Morgens verzenden
we enkele e-mails naar huis, bekijken Alice Springs nog eens goed en sturen
een pakket met foldermateriaal en cadeaus naar huis. Dat kost maar liefst $ 53,50! De koffers blijken namelijk wat te zwaar te worden.
Met Qantas vlucht QF 948 gaan we om 14.00 u. richting Cairns, waar we om 17.00 u. arriveren (klok 30 min. vooruit dus het tijdverschil met Nederland is weer 9 uur). De afstand van Alice Springs naar Cairns is 2658 km. Het is ca. 32°C en vochtig warm, net een sauna. De lucht ademt zwaar.
Met
een shuttlebus rijden we naar Hotel Pacific International, The Esplanade in
Cairns. Dit blijkt een erg luxe hotel te zijn dat gelegen is aan de
hoofdstraat van Cairns met uitzicht vanaf de 9e etage op de haven.
Na een frisse douche lopen we het hotel uit en staan direct midden in het
centrum. Het is er gezellig druk en er hangt een leuk sfeertje. Er zijn
ontzettend veel winkeltjes die voornamelijk sieraden (heel veel opaal),
Aboriginal-kunst en souvenirs verkopen. Verder zijn er ontelbare restaurantjes
en eethuisjes. We belanden in een juwelierszaak waar we mooie
kettinkjes met opaal kopen voor Simone en Karlijn (vriendinnen van onze zonen) en voor
mijzelf als verjaardagscadeautje ook een witgouden kettinkje met een prachtige
opaal. De eigenaar van de zaak is erg vriendelijk en we krijgen nog een boek
mee waarin hij uitgebreid wordt vernoemd. Omdat we in het vliegtuig nog een
late lunch hebben gekregen, wordt het toch weer een Mac-menu.
Vrijdag
10 november
Om
half zeven is het reveille. Na een ontbijt in de stad rijdt om acht uur de bus
voor en worden we vervoerd naar Port Douglas dat ca. 65 km. noordelijker ligt.
De kustweg loopt op veel plaatsen ongeveer 30 mtr vanaf het strand waar de
mangroves en palmen bijna tot in de oceaan groeien. Op sommige plaatsen lijken
het wel “Bounty”-stranden. De 2e helft van de busrit is meer
heuvelachtig en we kijken voortdurend uit over de oceaan.
In
Port Douglas stappen we om 10.00 uur aan boord van de MS Quicksilver voor een
boottocht op het Outer Barrier Reef. De tocht duurt anderhalf uur en de
catamaran vaart met een snelheid van 65 km. per uur naar een ponton
midden op het Reef. Onderweg krijgen we koffie en thee geserveerd. Bij het
platform aangekomen gaan we direct naar de mini-submarine waarmee we het
koraal en de vissen van het Great Barrier Reef gaan bewonderen. We zitten
ongeveer 2 meter onder water en de rondvaart duurt bijna een half uur. Het
uitzicht is werkelijk fabelachtig! We kunnen onze ogen niet geloven, zoveel
moois bevindt er zich onder water.
Terug
op het platform staat er een uitgebreid lunchbuffet klaar en nadat we hiervan
het nodige hebben geproefd, gaan we nog een keer in de submarine om ons te
vergapen aan de koraalriffen. Aan snorkelen wagen we ons niet; de bemanning
voedert namelijk de vissen waartussen de bootgasten zich bevinden. Lijkt me
niet zo leuk! Fons kan niet snorkelen omdat dat niet kan met zijn bril op. Er
is op het platform ook nog een uitzichtpunt onder water, maar dat is lang niet
zo mooi als de tocht met de submarine. Verder zijn er nog mogelijkheden voor
scuba-diving en helikoptervluchten.
We gaan aan dek zitten kijken naar de snorkelaars en de vissen totdat we om drie uur weer huiswaarts gaan. Om half vijf zijn we weer terug in Port Douglas en om half zeven stappen we het hotel binnen.
Na ons wat opgefrist te hebben lopen we naar The Marketplace Pier, een groot overdekt winkelcentrum, waar alvast de nodige nonsens-cadeautjes voor de kerstsurprise worden gekocht, zonder elkaar te vertellen voor wie ze bestemd zijn. Vervolgens lopen we naar de Esplanade Foodcourt, waar tientallen kleine eettentjes zijn met een groot middenplein dat gevuld is met tafeltjes en stoeltjes. Fons kiest voor Chinees eten en ik voor Italiaans. Bij een drankwinkeltje kopen we wat bier en schuiven aan om te eten. Het is niet luxe maar het eten is van uitstekende kwaliteit. We kunnen terugzien op alweer een zeer geslaagde dag. Zoals een medepassagier op de catamaran tegen mij zei: This looks like heaven. Hierin had hij volkomen gelijk!
Zaterdag
11 november
Na
een ontbijt in het hotel worden we om kwart voor acht opgehaald voor een
treinreis naar Kuranda. We krijgen een sticker opgeplakt en aan de hand
daarvan kan men bij de diverse attracties zien waar we moeten zijn. De trein
is een echte oldtimer (60 jaar oud) en grotendeels van hout. Omdat het wat
nevelig is, is het uitzicht wat minder dan normaal. De temperatuur is prima,
weer ca. 30°C
en natuurlijk vochtig. We rijden door tropische regenwouden en
suikerrietvelden, die hier ook veel zijn.
In
Kuranda gaan we met een WO II-amfibivoertuig, “amphiduck”genaamd en
bestuurd door reisleider Steve, door de jungle en een stuk door het water. Dit
is heel erg leuk. Steve vertelt een heleboel over het tropisch regenwoud.
Daarna genieten we van een uitgebreide barbequelunch in het Rainforestation. Dan met de Sky Rail over een afstand van 7,5 km. boven het regenwoud naar het Tjapukai Aboriginal Cultural Park waar we een dansvoorstelling bijwonen en 2 voorstellingen worden gegeven over het ontstaan van de dreamtime en de onderdrukking van de Aboriginals.
Om
half zes zijn we weer terug in het hotel en wordt er eerst een wasje in de
wasmachine gestopt.
Op diverse etages staan wasmachines en –drogers voor de gasten; heel erg
handig. We hebben al hotels gehad waar men $ 2,= per kledingstuk vroeg, dus
dat zou wel erg duur worden. Hier kost een volle wasmachine $ 2,=!
Als ik mijn dagboek wil bijwerken, blijkt het hotelkluisje niet meer open te kunnen. We roepen de hulp in van een service-engineer en ook hij krijgt de kluis niet open. Er wordt naar Sydney gebeld en na het nodige geheisa springt het open. De batterijen blijken leeg te zijn, dus we kunnen het kluisje niet meer gebruiken.
Als de was klaar is, gaan we de stad in. Dit is onze laatste avond in Cairns. Het wordt saai, maar we hebben opnieuw een fantastische dag gehad.
Zondag
12 november
’s
Zondags na het ontbijt willen we een foto maken van het Australische geld. Omdat het
enigszins gekreukt is, probeert Fons
een briefje van $ 20,= te strijken, maar omdat dat van kunststof is gemaakt,
rimpelt het direct en wordt dus een onbruikbaar bankbiljet dat als souvenir in
het plakboek zal komen.
Vandaag is het de eerste dag van onze autotocht van Cairns naar Brisbane.
Na
ongeveer 20 km. stoppen we bij de Cairns Crocodile Farm (zout zeewater) waar
duizenden
krokodillen worden gekweekt. Er zijn flinke jongens bij. Inclusief
wij tweeën
zijn er 5 bezoekers, dus we lopen elkaar niet voor de voeten. Ook hier krijgen
we een sticker die we (eigenlijk) op ons T-shirt moeten plakken, maar in het
dagboek is veel leuker. Verder krijgen we een ordner met informatie over de
crocodiles mee.
Om
twaalf uur rijden we verder naar Innisfail voor een lunch. Hier staan veel
huizen op palen, zgn. Queenslanders, zoals op veel plaatsen in Australië. Dat
is om de wind goed te kunnen laten circuleren en zodoende de woningen op de
verdieping koel te houden. De noodzaak hiervan is natuurlijk afgenomen omdat
bijna iedereen airco heeft.
Onderweg passeren we kilometerslange bananen- en suikerrietplantages. Ook rijden we een groot stuk door tropische regenwouden, waarna de laatste etappe volgt naar Mission Beach voor de overnachting in het Castaway Beach Resort, dat schitterend gelegen is pal tegen het strand van 14 km. lengte (een echt Bounty-strand). Nadat de koffers weggezet zijn en we een drankje in de bar hebben gedronken, maken we een wandeling over het strand, waar duizenden kreeftjes van ca. 4 cm. lengte hun strijd om het bestaan voeren. Ook liggen er tientallen kokosnoten op het strand. Het zeewater is behoorlijk warm aan mijn voeten. Vervolgens lopen we via het centrum (een groot woord voor zo’n honderd huizen) terug naar de hotelkamer, waar het koel is hoewel het er toch 21°C is. Het weer is ’s middags zonnig met wat bewolking en de temperatuur is ca. 30°C.
’s Avonds eten we in het hotelrestaurant. We zijn de enige gasten en zitten heerlijk buiten op het overdekte terras aan de rand van het zwembad met palmbomen en het strand als decor. Tijdens het eten valt er een bui regen maar het blijft lekker buiten. Wat betreft het opscheppen van eten houden de Australiërs van opschieten. We hebben ons voorgerecht nog niet op, of het hoofdgerecht wordt al geserveerd. Met nog een kopje koffie na, staan we binnen een uur alweer buiten.
Terug op de kamer wil ik een drankje pakken uit de koelkast die in een kast staat. Daar ontdek ik een cockroach (kakkerlak) van ca. 3 cm. lengte en de deur wordt meteen weer dichtgesmeten. Fons haalt de koelkast uit het kastje en de cockroach overleeft zijn escapade naar onze kamer op de 3e etage niet.
Vandaag rijden we naar het 250 km. verderop gelegen Townsville, waar we verblijven in het Townsville Plaza Hotel. Tijdens de hele rit regent het “cats and dogs” (of wat platter gezegd: it pissed off) zodat we onderweg alleen stoppen voor een kop koffie in een typisch Australisch eettentje. Onderweg passeren we de Seymour Creek, maar vanwege de regen kunnen we hiervan geen foto maken. Jammer, Simone! (toelichting: de achternaam van Simone is Seymour)
Alle suikerrietvelden, bananenplantages en tropische regenwouden staan blank over een lengte van meer dan 100 km. Hoewel er overal waarschuwingsborden staan voor overstekende kangoeroes en casuwaris, zie ik niks. Fons is er echter van overtuigd een dode kangoeroe langs de weg te hebben zien liggen. Wel zien we veel dode (buidel)dieren (ratten of opossums?) op de weg.
Om
half een arriveren we bij het hotel waar we een mooie T-vormige ruime kamer
krijgen met een gezellig zitje. Het uitzicht is helaas niet zo geweldig, maar
ja, je kunt niet alles hebben.
Na een korte pauze gaan we de stad in om te lunchen. Er zijn prachtig gerestaureerde gebouwen uit begin vorige eeuw, maar er staan ook een heleboel winkels en restaurants leeg, dus dat valt een beetje tegen.
Er
wordt een bezoek gebracht aan het Reef HQ dat prachtige aquaria heeft waarin
koraal groeit en een groot aantal tropische vissen leeft. Tussen de vissen en
het koraal zwemt er een meisje met duikuitrusting, dat met een stofzuiger het
koraal schoonmaakt. Dat gebeurt 2x per week. We krijgen 2 rondleidingen over
het ontstaan en leven van vissen en koraal alsmede het voeren van de
reefbewoners. Op de bovenetage zijn we er getuige van dat zeesterren gevoerd
worden. Dit was een bijzonder interessante middag.
In
het strandplaatsje Bowen lunchen we in een “nostalgische” Australische
fritestent en rond half twee arriveren we in Airlie Beach, waar het behoorlijk
motregent. Jammer, want we kijken uit op een heel mooie binnenplaats met
zwembad, waterval en tropische beplanting. Er zitten honderden luidkeels
roepende lorikeets waarvan we een paar foto’s maken. 
Binnenplaats van het hotel

Na
een biertje te hebben gedronken op het overdekte terras van het resort lopen we
naar het kleine winkelcentrum om wat inkopen te doen. De rest van de dag luieren
we wat en ’s avonds gaan we eten in het hotelrestaurant op een overdekt terras
met live muziek. Heel gezellig. Internetten lukt niet omdat de server hier wel
bijzonder traag is. Volgende keer beter. De temperatuur blijft rond de 30°C.
Om elf uur arriveren we al in het hotel en we kunnen direct inchecken. Navraag door de receptioniste leert dat onze vouchers voor de autoreis nog in Melbourne liggen. Hoe is dat mogelijk?
We hebben alweer een mooie kamer op de 1e verdieping en als we de trap af gaan, kunnen we zo het zwembad in en het strand op. We brengen eerst een bezoekje aan Mackay en lunchen daar in een foodcourt.
Na terugkomst gaan we wat zwemmen, luieren en een drankje nuttigen. Er worden hier al heel veel kerstliedjes gedraaid, beetje raar! Omdat hier geen internetmogelijkheid is, gaan we naar een winkelcentrum in de buurt. Hier is wel een internetstation maar de server krijgt geen verbinding. We zullen het weer moeten uitstellen. Het is tot ongeveer vier uur ‘s middags droog gebleven, dus er zit verbetering in! De temperatuur is ca. 28°C. ’s Avonds eten we tamelijk chique in het resort.
Na
een vroeg ontbijt en nog wat droog weer en zon volgt een lange rit van bijna
370 km. naar Rockhampton. Onderweg vallen er echte hoosbuien dus dat is niet
prettig autorijden. We drinken bij een benzinestation koffie met een plak
fruitcake en rijden naar onze eindbestemming. Onderweg is er toch niets te
zien door de regen. We passeren weer vele kilometers suikerrietvelden, slechts
met een enkele boom beplante graslanden en vele bossen. Af en toe is het
heuvelachtig met hier en daar een hogere berg.In Rockhampton overnachten we in het Centre Point Motor Inn, dat dicht bij het centrum ligt. Het uitzicht is miserabel, maar de kamer is oké!
’s
Middags bezoeken we weer een Aboriginal Dreamtime Cultural Centre waar we door
twee gidsen op de hoogte worden gesteld van de gebruiken en historie van de
aboriginals in dit gebied en het gebied van Torrens Strait, de zee tussen
Queensland en Papoea-Nieuw Guinea. Dit blijkt onverwachts toch grotendeels te
verschillen met die van bijvoorbeeld Ayers Rock en Cairns.
Hier zijn ook zandsteenrotsen in tegenstelling tot die van Ayers Rock en Cairns, waar het hardsteen is. De gebruikte tekens zijn hier voornamelijk “stencils” van handen die bepaalde betekenissen hebben.
In Ayers Rock en Cairns waren dit vaak afdrukken van bladeren, waterholes, dieren, mensen, wegen etc. Het valt op dat dit centrum bijna in zijn geheel wordt gerund door Aboriginals, dat hebben we nog niet eerder gezien.
We lunchen pas laat in de middag in het centrum. Omdat het zo hard regent kopen we wat pinda’s en snoep en gaan naar het hotel om wat te luieren. We kunnen weer niet internetten.
’s Avonds eten we in het hotel. Het is er erg druk en omdat we niet gereserveerd hebben, worden we helemaal achterin de zaak achter een doorzichtig kamerscherm gezet, maar het eten is voortreffelijk.
Alweer een lange rit, 394 km. naar Hervey Bay, waar we 2 nachten zullen doorbrengen in de Playa Concho Motor Inn. Vandaag is het bijna de hele dag droog en de temperatuur ligt tussen de 25 en 30°C, maar als we Rockhampton verlaten zien we vele kilometers lang alle weilanden en bebossing onder water staan. In MacKay waar we gisteren waren, wordt een vloedgolf van 5 meter verwacht, dus we zijn daar net op tijd weg. ’s Avonds zien we op TV dat daar 414 mm. regen is gevallen; alle gebouwen staan onder water. Er is nog nooit zoveel regen gevallen. Er zijn bijna geen kangoeroes of autobanden onderweg te bespeuren, zal wel door de regen komen!
Bij
een truckerscafé
drinken we koffie met een meat roll en vervolgens rijden we naar Bundaberg.
Hier maken we een excursie naar de rumfabriek, leuk
om dit eens
te zien. Het
is een heel oude fabriek zoals op de foto’s te zien is. Er wordt uiteraard
ook rum geschonken en we kopen wat cadeautje voor de thuisblijvers.
Het landschap is voortdurend heuvelachtig. Dan gaat de tocht verder naar Childers, waar afgelopen zomer een backpackershotel is afgebrand en waarbij veel doden vielen.
Na een late lunch begint de laatste etappe naar het hotel in Torquai dat bijna aan het strand ligt. Er zijn veel winkeltjes en restaurants. We kopen weer wat cadeautjes, vinden eindelijk ansichtkaarten voor de HVL-collega’s met een bijna blote dame en heer en kunnen eindelijk internetten. Eric en René bellen om mij te feliciteren en bij de e-mails zijn ook diverse felicitaties. Leuk, zeker als je zo ver van huis bent!
’s
Avonds gaan we uit eten bij restaurant Sails, waar we van een voortreffelijke
maaltijd genieten. Ter ere van mijn verjaardag drinken we een heerlijke fles
champagne. Fons kiest voor de minestronesoep en eend voor het hoofd-gerecht en
ik ga voor geroosterd brood met pesto, tapenade en geschaafde Parmezaanse
kaas. Het hoofdgerecht zijn 2 mignons van eye fillet met champignon /
cognacsaus en salade. Tot slot drinken we nog een kopje koffie en voor Fons
een cognacje erbij. Dit keer hebben we echt op ons gemakkie kunnen eten,
uitzonderlijk!
Om tien uur zijn we terug op onze kamer. Zo laat is de hele vakantie nog niet gebeurd. Het is hier echt pluk de dag; we zijn steeds om ’n uur of 6 wakker en staan rond 7 uur op. Daar staat tegenover dat we ook iedere avond vroeg in bed liggen, half tien is eerder regelmaat dan uitzondering. Het enige excuus hiervoor is dat we de hele dag op pad zijn en dat is erg vermoeiend. De zon is hier al om vijf uur op en om zes uur ‘s avonds is het in een paar minuten tijd pikdonker. In Adelaide bemerkten we dat de Aussies ook vroeg naar bed gaan. Toen lagen we ook bijna iedere dag rond de klok van 10 in bed en slapen dat we deden.......... Het tijdverschil is ondertussen weer 9 uur.
Zaterdag
18 november
Een
rustdag! Hoewel....... ik ben al om half zeven op en ga wat zitten schrijven
in mijn dagboek. Er zijn steeds zoveel dingen die door mijn hoofd gaan en die
ik wil opschrijven, maar later weer vergeet, dus nu doe ik maar weer een
poging.
Om negen uur gaan we op zoek naar een ontbijtadres, dat we snel vinden, nl. Rosco’s Café, waar we smullen van gebakken eieren met toast, vergezeld van een enorme mok thee en een beker vers vruchtensap. Het weer is goed hoewel het bewolkt is, ongeveer 27°C.
We
lopen een stuk langs de winkeltjes en gaan vervolgens enkele kilometers over
het strand wat “strandjutten”. Onze buit bestaat uit wat stukjes koraal en
schelpen. Rond elf uur begint het wat te regenen. Omdat we ver van huis
zijn en geen regenjassen meegenomen hebben, worden we toch aardig nat, maar de
temperatuur blijft onveranderd hoog.
Thuisgekomen nemen we een douche en trekken droge kleren aan, waarna we naar een ca. 20 km. verderop gelegen winkelcentrum rijden. Hier lunchen we en kopen een lichtgewicht parapluutje. Ik denk dat wanneer ik de paraplu in mijn rugzak meeneem, er geen regen meer zal vallen. Voor vandaag blijkt dat in ieder geval de waarheid te zijn.
Terug in Torquay wandelen we nog wat, maken een foto van Fons bij een mangotree en pikken een terrasje om vervolgens wat op de kamer te luieren.
under the mangotree
‘s Avonds gaan we naar een Chinees byo restaurant, waar het eten echt “shit” blijkt te zijn. Ook dat gebeurt af en toe. Terug onderweg naar het hotel zien we een opossum in een boom klimmen. Dit buideldier lijkt op een groot formaat kat met hoge achterpoten, lage voorpoten, een lange staart en een spitse neus.
Ondanks dat we vandaag veel gelopen hebben, is dit toch een relaxte dag na enkele lange dagen autorijden.
Vanaf Maryborough, waar veel prachtige Queenslander-huizen staan en dat op ongeveer 30 km. van Hervey Bay ligt, volgt er langs een lange rechte weg tientallen kilometers lang mooi dichtbebost heuvelachtig landschap. Er passeren nauwelijks auto’s. Het dorp Gympie wordt gepasseerd. Hier is een gouddelvermuseum, maar omdat het zondag is, is dat natuurlijk gesloten. Dan komen we in de buurt van Noosa Heads en het wordt steeds toeristischer. Noosa Heads zelf is behoorlijk mondain, maar heel gezellig met veel winkeltjes, terrasjes en restaurants.
Onze
hotelkamer is een echte suite, met een woonkamer, compleet ingerichte keuken
(inclusief vaatwasser, magnetron, diepvriezer), mooie slaapkamer en tenslotte
een badkamer met wasmachine en wasdroger. Dat komt dus goed uit; kunnen we
vanmiddag even een wasje doen.
Nadat
we gesetteld zijn, gaan we lunchen, het dorp verkennen en het strand
natuurlijk, dat op zo’n 100 meter afstand ligt. Er zijn metershoge golven te
zien en warempel: er wordt hier en daar gesurft en met een ski-jet gevaren.
Eindelijk zien we
dan ook de beach-rescue met hun zeer speciale badmutsen die
met een touwtje onder de kin worden vastgebonden. We lopen een paar kilometer
met blote voeten door de stevige branding. Dan ’n ijsje en even naar de
supermarkt waar we voor het ontbijt morgen brood, jam, kaas en worst kopen,
want dat hebben we al 4 weken niet
meer gehad ‘s morgens.
Dan een terrasje pikken en vervolgens naar het hotel om de was te doen en een snackje te eten. Het weer is de hele dag zonnig, zo’n 29°C, en op een afstand is het dichtbewolkt, maar ik heb de paraplu in mijn rugzak en dat is tot nu toe een goede beschermengel gebleken. We zijn weer een tintje bruiner geworden. Hier zouden we wel ’n paar dagen langer willen blijven!
’s Avonds gaan we eten in een foodcourt en in een ijsshop kopen we ’n paar grote ijscoupes die we meenemen naar het hotel. Je kunt hier nergens je ijsje op je gemakkie zittend opeten.
De was wordt even gestreken en TV gekeken en dan is het weer bedtijd.
Via
Mapleton rijden we naar Montville waar we de afslag nemen naar het Kondalilla
National Park met de indrukwekkende Kondalilla Falls. Na een afdaling van ca.
½ uur door tropisch regenwoud zijn we bij de waterval, waar we ’n paar
foto’s maken. We zijn maar 1 persoon tegengekomen onderweg. Bij een
dergelijke bezienswaardigheid zouden we in Nederland met de meute mee moeten
lopen.
Dan arriveren we in het kunstenaarsdorp Melaney, waar we koffie drinken met een punt appeltaart, waarna de tocht wordt voortgezet via Landsborough langs de Glass House Mountains, waarop we een prachtig uitzicht hebben. Het landschap dat we vandaag zien is weer heel erg mooi, veel bossen en heuvelachtig.
Vanaf ongeveer 40 km. van Brisbane (1½
miljoen inwoners) wordt het verkeer duidelijk drukker. In de stad zelf is het erg druk en er is veel eenrichting-verkeer,
waardoor we enige moeite hebben om het hotel te bereiken.
In
Brisbane verblijven we 3 nachten in Hotel IBIS, 27-35 Turbot Street te
Brisbane, midden in het centrum.

Na
ingecheckt te hebben en de koffers te hebben weggezet, brengt Fons eerst de
auto terug naar het verhuurbedrijf waarna we de stad in gaan. Er zijn
ontzettend veel mooie winkels en arcades met o.a. foodcourts. Af en toe raken
we het richtinggevoel hierdoor kwijt.
Terug op de kamer nemen we een lekker bad. Alvorens een restaurant te zoeken om te eten, gaan we even kijken of er e-mails zijn binnengekomen. Dat is inderdaad zo, nog enkele felicitaties. In het centrum blijken alle restaurants al gesloten te zijn, dus we gaan terug naar het hotel om daar te eten.
’s Avonds bel ik mijn neef Bill Brokken en die blijkt echt verheugd mij te horen. We spreken af dat hij woensdagochtend belt, zodat we samen ergens in de city kunnen koffiedrinken. Hij zal ook zijn broer Harry bellen om te laten weten dat we in Brisbane zijn en vragen of Harry ook komt.
Dinsdag
21 november

Na
een ontbijt in het hotel maken we ons op voor een lange wandeling (heritage
trails) langs historische gebouwen van Brisbane. Om half negen vertrekken we.
Via enkele mooie gebouwen in het centrum van de stad gaan we naar langs de
Brisbane River gelegen botanische tuinen, waarvan een gedeelte als tropisch
regenwoud is aangelegd. We zien honderden krabben in het moerasachtige deel en
wat aparte vogels. Helaas is het theehuis gesloten.
Vervolgens
lopen we over de Victoria Bridge naar de Southbank, waar nog een groot aantal
gebouwen staan van de Expo 1988, o.a. een prachtig Nepalees houten gebouw met
bijbehorende tuin, een kunstmatig aangelegd strand met openbaar zwembad en een
plantenkas. In de Nepalese tuin zien we ’n paar grote “salamanders”.
Dan op naar West End, een heel typisch stukje Brisbane, met veel alternatieve bewoners, winkeltjes en eethuisjes. Dit is een totaal andere wereld dan Brisbane City. Ondanks dat ik de paraplu bij me heb, begint het rond 11 uur te regenen. Deze beschermengel laat ons vandaag in de steek. Hoewel de temperatuur met zo’n 27°C goed blijft, komen we behoorlijk nat weer terug in het centrum, waar we in een foodcourt gaan lunchen en nog de nodige winkels afstruinen voor een cadeau voor Eric en René. Voor iedereen hebben we al iets gekocht behalve voor onze eigen kinderen! We weten precies wat we willen hebben, nl. een riem van krokodillenleer, maar dat is erg zeldzaam en kostbaar. Ze zijn gesignaleerd voor een hoge prijs. We willen de riemen echter iets goedkoper, anders zullen we iets anders moeten bedenken.
Om 2 uur zijn we terug op de kamer met heel vermoeide voeten en benen, logisch want we zijn 5½ uur onderweg geweest met maar 2 korte pauzes. Fons valt direct in slaap en ik ga eerst het nodige huiswerk doen.
In
de krant lezen we dat niet alleen Queensland voor een groot deel onder water
staat, maar ook New South Wales. Het lijkt wel of de regen ons achtervolgt. Als
het ons maar niet inhaalt! Later nemen we nog een lekker bed en dan zijn we er
weer helemaal klaar voor.
Rond de klok van 5 uur belt Bill Brokken met de mededeling dat hij, z’n broer Harry en diens vrouw Anne morgenochtend tegen 10 uur op ons zullen wachten bij de ingang van de Cityhall aan het King George Square, waarna we ergens koffie gaan drinken om nader kennis te maken. Misschien heeft Bill de rest van de dag vrij zodat hij ons de omgeving kan laten zien. Dat zou erg leuk zijn.
Woensdag
22 november.
Tegen
10 uur ontmoeten we Bill bij de ingang van de Cityhall aan het King George
Square en samen lopen we naar een koffieshop waar we Harry en zijn vrouw Anne
ontmoeten. We drinken koffie en ik laat ze de foto’s zien van de familie in
Holland en het boek over Tilburg, dat we meebrachten als geschenk voor hun
ouders. Het is een heel gezellig samenzijn en er wordt veel gepraat. Bill
nodigt ons uit om ’s middags de omgeving van Brisbane te verkennen en we
spreken af om 13.45 u. op de hoek van Adelaide Street en Greek Street bij het
gebouw Terracio Palace.
Omdat Bill nog moet werken en Harry & Anne andere afspraken hebben, besluiten we met de City Cat (een ferry met het model van een catamaran die tussen de diverse suburbs van Brisbane vaart) een eind de rivier op te varen naar Bulimba. Op deze manier zien we de stad van een heel andere kant, met prachtige vergezichten en hoge steile rotsen langs de kant. We meren weer aan bij Riverside en zijn dan maar een klein stukje verwijderd van het kantoor waar Bill werkt. Dit is een enorm drukke wijk met alleen maar wolkenkrabbers waarin kantoren zijn gevestigd. Na geluncht te hebben ontmoeten we Bill weer en lopen samen naar de parkeergarage.
Vervolgens
brengt Bill ons naar het Brisbane City Forest (Brisbane Hills) in de directe
omgeving van de stad. Dit blijken forse heuvels cq bergen te zijn die erg veel
lijken op die in het Zwarte Woud en Zwitserland. Onderweg passeren we een
heleboel “Queenslanders”, waarop Bill vertelt dat hij ook in een dergelijk
huis woont.
Bij Mt Cooth Tha is een uitzichtpunt waarbij we een prachtig zicht hebben over de stad en de suburbs. Er worden de nodige kilometers afgelegd en af en toe is het wel een slikken voor ons als Bill met behoorlijke snelheid langs de kant van behoorlijk steile hellingen rijdt. Maar zoals al eerder gezegd, het is overal even mooi en door de regen die de laatste tijd is gevallen is alles mooi groen. Volgens Bill is dat rond deze tijd meestal anders, dan staat alles er dor bij. Hier en daar lijkt de begroeiing op tropisch regenwoud en er is veel afwisseling in de vegetatie.
Onderweg drinken we koffie op een terras, hetgeen een zeldzaamheid is omdat het meestal veel te warm is buiten en men blij is met de airco binnen. De temperatuur vandaag is ca 26°C en af en toe schijnt te zon.
Dan
gaan we het huis van Bill bezichtigen. Zeg maar gerust bewonderen. Het huis is
totaal verbouwd, heeft een prachtige tuin en op de benedenverdieping is een
woonkamer gebouwd. Oorspronkelijk was dit een open geheel zodat de wind er
goed door kon waaien om het huis te koel te houden. De grote L-vormig
overdekte veranda is heel gezellig ingericht met enkele zitjes, tafeltjes,
planten en kerstversiering. De kerstboom staat ook al in huis!
Het huis lijkt op een Indonesische woning, zoals je die vaak in films ziet. Alles ziet er picobello uit! Hier ontmoeten we ook de 20-jarige dochter Sarah en haar vriend. Een heel leuk en vriendelijk meisje.
We nodigen Bill en z’n vrouw uit voor het diner, maar zij blijkt verhinderd te zijn, dus besluiten we met z’n drieën te gaan. Terwijl Fons en ik wat drinken op de veranda gaat Bill zich verkleden, waarna we een kijkje mogen nemen in de foto-albums van de familie.
Bill neemt ons mee naar restaurant Aqua Linea dat gelegen is bij de oude wolfabrieken aan de rand van de stad. Het eten is voortreffelijk en we hebben een heel genoeglijke avond, waarbij heel wat wordt gepraat. Bill blijkt voor zijn werk veel te reizen en in tegenstelling tot wat je zou verwachten, gaat hij dan niet met het vliegtuig maar met de auto. Hij rijdt dan bijvoorbeeld in 14 uur naar Canberra! Ze zijn gewend aan de lange afstanden. Toen hij zijn vrouw leerde kennen die in Adelaide woonde en hijzelf nog in Canberra, reed hij regelmatig voor een weekend op en neer naar Adelaide, een reis van bijna 28 uur retour!
Heel veel jongelui in Australië gaan in een andere (ver weg gelegen) stad werk zoeken, deels om zelfstandig te kunnen zijn en waarschijnlijk ook voor het avontuur. De mensen zijn daaraan gewend.
Om 10 uur ’s avonds zet Bill ons af bij het hotel en nemen we afscheid. Hij heeft mijn nichtjes Agnes en Mary gebeld in Canberra en we zijn van harte welkom.
Terug op de kamer blijkt de ritssluiting van mijn rok het te hebben begeven, dus komt de schaar eraan te pas. Dat wordt dus een nieuwe rok kopen!
De
zon staat hoog aan de hemel en het ziet er goed uit voor vandaag. Met Qantas
vlucht QF 855 vertrekken we om 13.25 u. richting Canberra waar de aankomst is
gepland om 16.20 u. Er is 1 uur tijdverschil (10 uur totaal in vergelijking
met Nederland), dus we vliegen bijna 2 uur. Het is zonnig met lichte
bewolking, dus we hebben een goed uitzicht.
In
Canberra nemen we een taxi naar hotel City Walker, dat ons is geadviseerd. Dat
blijkt een echt backpackershotel te zijn. We nemen een kamer-en-suite zodat we
in elk geval een eigen badkamer hebben. De prijs is erg laag, $ 70,= per kamer
per nacht! De kamer zelf is netjes en schoon, maar wel een heel verschil met
de vorige hotels. We betalen 2 nachten vooruit en dan kunnen we nog zien wat
we doen. Nicht Agnes wordt gebeld om te vertellen dat we gearriveerd zijn en
we maken een afspraak voor vrijdagmiddag om half vier. Zij komt ons dan bij
het hotel ophalen en gaan dan naar tante Riek en oom Wim, die vrijdagochtend
uit het ziekenhuis komt. Haar zussen Carla en Mary komen dan ook. Zij wist
niet dat het door haar geadviseerde hotel niet zo geweldig is, zij heeft
namelijk enkel naar een hotel gezocht dat in het centrum ligt en verder niet
gekeken wat voor accommodatie het heeft.
We gaan het centrum wat verkennen. Het is allemaal vrij nieuw, er zijn heel veel bruine kroegen waar veel kantoormensen na hun werk samen een pilsje drinken. Alles is erg ruim opgezet en er is veel groen. Dat was ons onderweg vanaf het vliegveld ook al opgevallen. De vele winkels zijn allemaal om 17.30 u. dicht, dus we kunnen geen plattegrond meer kopen. Wel hebben we een folder voor een toeristische route door Canberra, die we morgenochtend gaan doen.
’s Avonds eten we bij restaurant Woodstock en na nog een korte wandeling door het centrum gaan we naar het hotel terug. De temperatuur was vandaag 27°C en dat is prima. In tegenstelling tot de andere plaatsen waar we waren, koelt het ’s avonds flink af (tot ongeveer 11°C). Volgens onze informatie heeft het de laatste 3 weken flink geregend, maar de voorspellingen zijn nu gunstig. We hebben het goede weer meegebracht!
Vrijdag
24 november.
’s
Morgens om 9 uur gaan we al op stap met de Canberra Tour, een rode Engelse
dubbeldekker met open dak, waarmee je een hele dag door Canberra kunt
rondrijden en op bepaalde toeristische plekken kunt uit- en instappen. Het is
prachtig weer, zo’n 27°C,
dus we zitten heerlijk op de bovenetage.
De
eerste stop is het Australian War Memorial, een schitterend groot gebouw
waarvan het middendeel erg veel gelijkenis vertoont met dat in Melbourne. Er
is van alles te zien over de diverse oorlogen waaraan Australië heeft
meegevochten. De ligging is ook prachtig, aan een héééééél lange brede
weg, Anzac Parade. Na daar nog een kop koffie gedronken te hebben “hoppen”
we naar het volgende punt, Commonwealth Park.
Commonwealth Park is gelegen aan het Griffith Lake, een enorme groot kunstmatig aangelegd meer met een fontein (Captain Cooke Memorial) die het water circa 140 meter de lucht in spuit. Verder is er een Exhibition Centre dat we bezoeken. Dit is een tentoonstelling over het ontstaan en de opbouw van Canberra.

Dan
zetten we koers naar het New Parliament House, waar de regering zetelt. Ook
dit is weer een enorm groot gebouw dat geheel uit verschillende kleuren marmer
is opgetrokken, tot en met de wanden op de toiletten. Heeft wat mogen kosten!
Er is een ontvangsthal met 2 schitterende (uiteraard marmeren) trappen,
diverse tentoonstellingen over verschillende onderwerpen, een
schilderijengalerij en natuurlijk bezoeken we de, alweer, grote zaal waar de
regering vergadert. Bij de souvenirshop kopen we nog het een en ander en dan
gaan we weer naar de bus.
Onderweg
passeren we een aantal ambassades en zakelijke gebouwen. Alles is erg ruim
opgezet met heel brede wegen en veel parken. Tussen het eigenlijke hart van de
city en de verschillende suburbs is kilometerslang alleen maar groen, dus de
wijken zijn eigenlijk op zichzelf staande dorpjes.
Om half vier komen Agnes en haar vriend Nick ons ophalen bij het hotel, waarna we eerst naar het treinstation gaan om treinkaartjes naar Sydney te bestellen. Hier kun je niet zomaar een kaartje kopen en instappen, dus het is maar goed dat we dit vandaag doen, want er zijn al verschillende treinen volgeboekt. Er gaan er trouwens maar 3 per dag richting Sydney. Er zijn nog Economyplaatsen vrij in de trein van maandag 27-11 om 12.15 uur en dus besluiten we een dag eerder naar Sydney te gaan.
Vervolgens
rijden we naar tante Riek en oom Wim in de wijk Stirling. Zij wonen in een
retirement village in een ruime vrij nieuwe bungalow met woonkamer, keuken,
bijkeuken, 2 slaapkamers, badkamer, kleine tuin en een garage waar oom Wim
zijn domein heeft en erg trots op is. Hier staat een luie stoel, tafel,
platenspeler, TV, koelkast etc. We ontmoeten Carla. Mary is er niet, die ligt
met griep in bed.

Oom
en tante zijn licht dementerend en oom Wim is pas vanmorgen uit het ziekenhuis
gekomen. Hij heeft regelmatig last van zijn hart, maar hij heeft nog praatjes
genoeg. Tante Riek ziet er nog redelijk gezond uit, al is ze wel erg mager.
We drinken koffie met speciaal voor ons gekochte Nederlandse krentenmik en er wordt heel wat afgekletst. Ze zijn heel blij met het fotoboek van Tilburg en de familiefoto’s die we meegebracht hebben.
We worden gebeld door Eric die vertelt dat Karlijn een ongelukje heeft gehad met onze auto tijdens het parkeren. Hij vertelt dat íe dat erg lullig vindt en wanneer ik dat woord herhaal, barst iedereen in lachen uit. Ze snappen wel wat dat betekent! Fons vertelt hem wat hij moet doen om de zaak te regelen.
’s Avonds gaan we met z’n allen uit eten in de Kings Cross Club Grill. Om hier binnen te mogen, moet je lid zijn. Ze hebben ongeveer 20.000 leden en verschillende gebouwen in Canberra. Er is een groot aantal vertrekken waar fors gegokt wordt op pokies, lotto etc. Het restaurantgedeelte heeft het formaat van een Van der Valk-restaurant en het eten is er goed. Fons trakteert en moet voor 7 personen $ 82,50 afrekenen, een koopje dus! Een dergelijke club hoeft geen winst te maken, daarom is het eten en drinken er zo goedkoop.
Na terugkomst in Stirling drinken we nog ’n kop koffie. Er wordt afgesproken dat Agnes en Nick ons zondagochtend om tien uur komen afhalen voor een gezamenlijke barbecue ergens in een national park.
Net voor tien uur ’s avonds zijn we terug in het hotel zodat we nog gebruik kunnen maken van de lift. Na dit tijdstip moet men namelijk met de trap en we logeren op de 5e etage, dus dat is wel erg stevig klimmen. Terug op de kamer bel ik Eric nog even om te vragen of alles geregeld is met de auto. Dat blijkt inderdaad zo te zijn, alleen Karlijn is wat overstuur, maar ook dat zal wel overgaan. Het blijkt allemaal nogal mee te vallen.
Tot ’s nachts ruim half zes is er erg veel herrie op straat en in de nachtclub aan de overkant. Alle jongelui gaan hier namelijk op vrijdag- en zaterdagavond stappen en dan is de straat hun domein. Het gaat er erg luidruchtig aan toe en er wordt hardrockmuziek gespeeld op straat. Ze blijven dan in de city totdat ze ’s morgens met de eerste bus naar huis kunnen. Volgens nicht Agnes gebeurt er weinig wat niet door de beugel kan, ze hebben alleen plezier. Dat is in Nederland vaak anders!
Zaterdag
25 november.
Voordat
we op stap gaan voor het ontbijt, bellen we eerst René. Alles is goed in
Tilburg. Dan bellen we tante Sjaan in Sydney. Die is teleurgesteld omdat we
onderweg niks meer van ons hebben laten horen. Zij was ongerust in verband met
alle overstromingen die ook op onze route zijn geweest en nog zijn. Heel
vervelend (vergeten!!!), maar we zullen dat goedmaken zodra we in Sydney zijn.
Vandaag
gaan we de Telstra Tower bezichtigen. We gaan tegen half tien met een taxi
omdat daar geen bus naartoe rijdt, maar eerst gaan we voor de zoveelste keer
in de winkels kijken voor een cadeau voor de boys. We hebben weer geen succes.
De tijd begint te dringen!
Het weer is uitstekend, ’s morgens vroeg nog bewolkt maar rond 10 uur staat de zon stralend aan de hemel en de temperatuur is 28°C.
De Telstra television Tower staat op een heuvel dichtbij Canberra en vanaf de gesloten viewing gallery hebben we een geweldig uitzicht over de stad. We zijn nu dan ook op een hoogte van ca. 850 mtr boven NAP. In de toren zelf zijn we op een hoogte van 58,5 meter. Het is voor ons een hele zelfoverwinning om ons op die hoogte te bevinden, maar omdat alles dicht is, is het niet eng.
In het Telstra-restaurant drinken we een kop koffie met ’n punt gebak, iets met cocos en mango. Later beloven we elkaar dat we dit voorlopig niet meer doen. Het gebak in Australië is erg zoet, heel vast en valt zwaar op de maag. Ik denk dat ’t goed is voor zo’n vier goed-belegde boterhammen.
Om
de calorieën weg te werken, besluiten we te voet naar beneden te gaan en dat
blijkt een forse afdaling te zijn, dus straks zullen we onze benen wel voelen.
Halverwege de berg zijn de Australian National Botanic Gardens, die we meteen
ook maar “even” doen. Het is een schitterend park met veel soorten
regenwoudbomen, varens, planten en vogels, die behoorlijk tekeer kunnen gaan.
Hier drinken we ’n pilsje en eten ’n banaan, voordat we weer verder gaan.
Het is niet echt een culinaire combinatie, maar ’t fietst er toch wel in!
Inmiddels zijn we bijna onderaan de berg beland en lopen via het uiteraard ook heel ruim opgezette universiteitsterrein naar de National Screen and Sound Archive, waar een tentoonstelling is over de opkomst van radio, TV en film vanaf eind 19e eeuw. Er is ook een oud filmtheater waar we wat filmpjes bekijken en Fons presenteert zich als een “echte” nieuwslezer op TV.
Dan de laatste etappe naar de city waar we proberen te internetten, maar dat weer eens niet lukt. Dan wordt er nog een portie fruitsalade en een krant gekocht, waarna we naar onze kamer gaan. Het is dan inmiddels vier uur geworden, dus onze onderdanen hebben wat rust verdiend. Buiten een bezoek aan een restaurant, zullen we de rest van de dag niet veel actie meer ondernemen.
In Canberra zijn de gewoontes toch weer wat afwijkend van de andere steden die zijn bezocht, meer zoals wij in Europa leven, alleen niet ongeduldig of onvriendelijk. Er wordt onder andere wat meer aandacht besteed aan interieurs van woningen, winkels en restaurants.
Zondag
26 november.
Vroeg
in de ochtend staat de zon al hoog aan een wolkenloze hemel en men voorspelt
een temperatuur van zo’n 29°C.
Rond de klok van tien komen Agnes & Nick ons ophalen om met de familie te
gaan barbecuen. Ik ben benieuwd hoe dat er aan toe zal gaan.
We rijden direct naar de Cotter Dam waar we de rest van de familie ontmoeten, inclusief Mary, die weer opgeknapt is van haar griep. Er wordt een ongelooflijke hoeveelheid vlees, salades, drank, thermoskannen met koffie en thee, bestek, glazen, servetten, tafelkleden, tafels en stoelen uit de auto’s geladen. De drank en het vlees zitten in grote koelboxen die gevuld zijn met ijsblokken. De elektrische barbecues zijn gratis en ter beschikking gesteld door de overheid. Nick ontpopt zich als een ware barbie-cook. Hij reinigt de platen en spuit met een verdelgingsmiddel om de grote vliegen uit te buurt te houden. Alles is spic & span gereed voor gebruik.
Oom
en tante worden geïnstalleerd in gemakkelijke stoelen, er gaan tafelkleden
over de picknicktafels en badlakens over de banken. Dan worden er zoute
knabbeltjes klaargezet en drank ingeschonken. De dames houden het nog maar
even op koffie. Stel je voor, het is dan nog geen elf uur.
Rond
twaalf uur begint Nick het vlees te braden en we zijn aardig wat tijd zoet met
het opeten hiervan. Er is uiteraard veel te veel vlees en salade, dus dat
wordt weer keurig ingepakt om later thuis op te eten. Tussen de bedrijven door
arriveert er bij een ander gezelschap een Kerstman, die de kleintjes gaat
bezighouden. Fons en ik vallen bijna van verbazing van onze stoelen
Na het eten wordt alles keurig opgeruimd en gaan we ’n eindje lopen met de 3 zussen. Nick blijft bij oom en tante; om ’n oogje in het zeil te houden, zegt ie.
Na een korte wandeling lopen we over een soort houten hangbrug, waarna we bij de Murrumbidgee River Corridor komen. Dit is een grote dam waarover met grote snelheid water omlaag stroomt.
Het reservoir dient als drinkwatervoorziening voor de stad Canberra. Er zijn nog 2 van dergelijke reservoirs op andere plaatsen. De omgeving is behoorlijk bergachtig en erg groen door de regen. Het water in de rivier is nu wat modderig door de regen, maar normaliter is het erg helder.
Vlnr:
Agnes, Carla, Agnes, Mary
Dit was ’n echte “Ozzie barbie”. ’n Dergelijke barbie houden veel families ook met kerstmis. Dan gaan er ’n aantal kerstversieringen mee, net als de traditioneel gebraden gans of fazant.
Rond
3 uur vertrekken we met Agnes & Nick voor een rondrit. De anderen gaan
naar het huis van
oom en tante waar wij later ook naartoe gaan. We rijden wat
rond door de mooie bergachtige omgeving en bezoeken het trackingstation
Canberra Deep Space Communication Complex van de NASA waarvan er maar 3 zijn
op de hele wereld, in Canberra en verder een in Amerika en Spanje. Er is een
enorme antenne van 70 meter doorsnee
en nog wat kleinere. We bezichtigen het tentoonstellingsgebouw waar o.a. een
stuk maansteen te zien is en allerlei attributen van de diverse ruimtevluchten
die in het verleden hebben plaatsgevonden.
Op
onze weg terug naar Canberra passeren we het Tidbinbilla Nature Reserve waar
emoes en kangoeroes vrij rondlopen. Dat is de eerste keer sinds we in Australië
zijn! We geloofden al bijna niet meer dat deze dieren vrij rondliepen. De
emoes zijn behoorlijk brutaal maar de kangoeroes zijn wat schuw en die kunnen
maar tot op ’n meter of 8 benaderd worden, anders ‘hoppen’ ze weg.
Na
terugkomst bij oom en tante bekijken we nog wat foto’s en maken we kennis
met Colin, de vriend van Carla. Oom en tante lijken qua karakter veel op mijn
ouders. Oom Bill weet nog redelijk veel over het oude Tilburg te vertellen.
In oktober 2001 zijn ze 60 jaar getrouwd. Dat moet ik onthouden! Er zijn bijna geen foto’s van vroeger, wel ’n grote foto van oma Agnes Spiegels, dezelfde als ik thuis heb.
Tegen 7 uur nemen we afscheid met de belofte dat ik de foto’s opstuur na thuiskomst en de stamboom van Schellekens, zodat ze kunnen napluizen waarop hun relatie gebaseerd is. Bovendien zullen we in de toekomst contact blijven houden.
Een dag eerder dan oorspronkelijk gepland vertrekken we vandaag per trein naar Sydney voor de laatste stop, waar we logeren we bij de tante van Fons. Om 12.15 uur vertrekt de trein in Canberra en zal om 16.10 uur aankomen in Strathfield. Hier zullen we moeten overstappen op de trein naar Chesterhill.
Om ons voor te bereiden op de reis, gaan we eerst wat inkopen doen, zoals onder andere wat drinken en snoepgoed. We zijn er al helemaal aan gewend om lange reizen te maken en ondergaan die dan ook heel geduldig. Wat kan een mens veranderen in ’n paar weken!
Om
10 uur zijn we al op het station omdat we vroeg uit het hotel moesten. Tot onze
grote verbazing zien we Nick uit de bus stappen. Hij wilde ons nog een keer zien
en besloot tijdens z’n lunchpauze nog even naar het station te komen. Dat was
echt ’n big surprise! Nick laat ons de bus zien en Fons neemt nog een foto,
waarna we afscheid nemen.
In de trein passeren we een heel mooi landschap, licht heuvelachtig, erg groen en hééééél wijds. We zien veel schapen en runderen. Onderweg zie ik een grote witte kaketoe met een gele kuif. Fons ziet ook nog ’n koala in een boom zitten.
Om
5 uur ’s middags arriveren we bij tante Sjaan, die opgetogen is dat we er
zijn. Op het station hebben we ’n mooie bos bloemen gekocht, het boek van
Tilburg en de foto’s van de familie vallen erg bij haar in de smaak. Haar
kleindochter Brooke is er ook en we gaan heel gezellig zitten kletsen. Tante
heeft ’n mooie, weliswaar oude, bungalow met 3 slaapkamers en ’n grote tuin.
De inrichting is typische Hollands, zelfs ’n kleed (neusdoek) aan de muur met
delftsblauwe borden.
We eten heel Nederlands: aardappelen, snijbonen, vlees en yoghurt met fruit na.
Een speciale bezienswaardigheid is de koelkast in de keuken. Tante vertelt dat de keuken eigenlijk te klein was, dus toen heeft oom Wim een soort aanbouwtje aan het huis heeft gemaakt waarin de koelkast is ingebouwd en waarvan de deur gewoon in de keuken opent. Daarbovenop zit de airco. Bijzonder inventief!!
Dinsdag
28 november.
Met
alweer een temperatuur van zo’n 28°C
nemen we om tien over negen de bus naar het station in Chesterhill om met de
trein naar Sydney te gaan, waar we rond half elf aankomen op Circular Quai. Er
is ontzettend veel (en prachtigs natuurlijk) te zien: Harbour Bridge, The
Opera House, Victoria House, City Hall en dan de Chinese Gardens, waar ik
wordt omgetoverd tot ‘n “echte” Chinese dame. Fons neemt een groot
aantal foto’s. Leuk voor thuis om jezelf te kakken te zetten!
Dan
vinden we eindelijk een winkel waar we de echte crocodile belts kunnen kopen
voor de jongens, nog wat leuke T-shirts voor onszelf en onderzetters voor
tante Dina. Dat wordt ’n duur dagje vandaag!


Vervolgens
lopen we naar Darling Harbour waar we een replica zien van een van oorsprong
Nederlands schip: de Batavia. Dit schip moet nog een keer terug naar
Nederland, maar het geld hiervoor ontbreekt. We lunchen in een foodcourt en
maken ’n rondje boven de stad met de City Sky Rail (een monorailsysteem in
het centrum van Sydney).
Sydney is echt de
mooiste stad die we tot nu toe gezien hebben, vooral rond Darling Harbour.
Tegen half 6 zijn we weer terug in Villawood, waar we eerst douchen, want het
is erg warm.
Fons wordt weggestuurd om ’n pakje sigaretten te halen voor tante Sjaan. Hij blijft wel ’n uur weg, zodat ik op een gegeven moment aan haar vraag “did you send him to the city”. Ze begrijpt ook niet waar hij blijft. Als hij eindelijk terugkomt, blijkt dat hij de verkeerde kant is opgelopen, maar de sigaretten heeft hij.
Na het avondeten komt Liesbeth ofwel Liz, zoals ze nu genoemd wordt, en later belt haar dochter Brooke op. Liz vertelt haar moeder dat ik volgens haar ’n heel zachte huid heb die poederachtig lijkt en vraagt of zij mijn gezicht een keer mag aanraken. Vreemd verzoek, maar ja dat mag! Tante Sjaan vindt dat ik heel veel lijk op haar dochter Liz (tijdens ons verblijf in Sydney vertelt iemand mij ook dat ik lijk op Jessica Fletcher van de TV-serie. Dat heb ik in Nederland een paar jaar geleden ook al ‘ns horen zeggen). Na wat gezellig geklets (wat we heel veel doen deze dagen), nodigt Liz ons uit om met haar mee te gaan zodat zij ons de volgende dag de omgeving en de kust kan laten zien. Dat slaan we natuurlijk niet af!
Er wordt snel een en ander ingepakt voor de logeerpartij en rond half 9 vertrekken we. Eerst rijden we naar het bedrijf waar Liesbeth al 17 jaar werkt. In het bedrijf worden tubes gemaakt die bestemd zijn voor crèmes, tandpasta etc. Zij geeft ons ’n korte rondleiding en ’t is interessant te zien hoe een en ander in zijn werk gaat. Na een lange rit zijn we rond half elf bij het huis van Liz.
Liz en Brooke blijken ± 6 jaar geleden op uitnodiging van een Nederlandse oom of neef op vakantie in Nederland te zijn geweest.
Tante Sjaan en oom Wim woonden de eerste jaren in Fredrickstown, ergens in de country en zijn pas later naar Villawood verhuisd. Toen ze in Australië aankwamen hebben ze een tijd in van golfplaten gebouwde barakken gewoond. Bij hun vertrek uit Nederland mochten ze niets meenemen, geen geld en meubels, alleen kleding, dus ze hebben hun bezittingen weer van voren af aan moeten opbouwen. Dat moet een heel moeilijke tijd geweest zijn.
Woensdag
29 november.
’s
Morgens vertrekken we met alweer mooi warm weer voor een lange rondrit langs
de kust. Het is schitterend, bergachtig en rotsen, hoge golven, kleine baaien
met witte stranden.
In
het dorp The Entrance (de toegangspoort van de oceaan naar de baai) zien we
pelikanen en lopen ’n stuk langs het strand, waarna er koffie wordt
gedronken met ’n enorm groot stuk taart. We hoeven dus niet meer te lunchen.
Hier
lijken Liz en ik inderdaad wel op elkaar. De “Jansen”-genen reiken ver!
Onze beide vaders waren neven van elkaar van vaderszijde
We rijden terug via Parramatta waar Liz ons laat zien waar we vrijdag op de City Cat moeten stappen en zijn tegen twee uur weer in Villawood. Het onweert ’n beetje en de vochtigheidsgraad is 90%, niet aangenaam dus. De lucht is heel zwaar. Liz moet gaan werken en omdat we haar deze week niet meer zien, nemen we afscheid met de belofte na thuiskomst de foto’s op te sturen.
Fons en ik gaan nog ’n rondje lopen om het dorp Villawood te bekijken. De rest van de dag blijven we binnen “heerlijk” zitten zweten. Hoewel het al jaren geleden is, zet ik ’s avonds bij tante nog krulspelden in want zij moet morgen op stap. Het lukt vrij redelijk.
Donderdag
30 november.
Even
voor negen komen Willy (Mijntje) en haar man John ons halen om naar de Blue
Mountains te gaan, een tocht van bijna 2 uur. Hun hondje is ook van de partij.
Het weer is weer goed, ca. 28°C
en het uitzicht is geweldig.
We
zien ook de Three Sisters, een uit 3 hoge stukken bestaande rotsformatie.
Samen met John lopen we over smalle steile paadjes en in de rotsen uitgehakte
trappen naar een iets lager gelegen uitzichtpunt. Best wel eng, maar ja, ik
ben dapper. Het is in ieder geval de moeite waard, we naderen het doel van
onze voettocht en het uitzicht is vanaf hier nog mooier. Het is erg winderig,
dus ik houd me goed vast aan 2 railingen.
De
terugtocht is een forse klim waarop ik al mijn aandacht nodig heb. We drinken
koffie, waarna we doorrijden naar de Scenic Hyway. Na eerst wat rondgekeken te
hebben, eten we een pie + cool drink en dan gaan we met ons drieën in de
Scenic Railway. Hier had ik niet op gerekend: een met gaas overkapt treintje
gaat met behoorlijke snelheid en een hoek van 52°
omlaag door een heel
smalle kloof en ik voel me absoluut niet op m’n gemak.
De beloning voor mijn dapperheid mag er zijn: na een korte wandeling en eerst
de resten van een oude kolenmijn te passeren, hebben we een schitterend
uitzicht op de Three Sisters en een groot deel van de Blue Mountains. John
weet een heleboel te vertellen over de natuur en dat is heel interessant. Hij
is van huis uit een boerenjongen, afkomstig van een farm die in bergachtig
gebied was gelegen.
Dan
rijden we naar een informatiepunt van de Warragamba Dam waar we een goed beeld
krijgen van hoe de dam is opgebouwd. Van een aardige dame daar krijgen we een
aantal prentbriefkaarten en “woven badges”. In een boom zitten een stuk of
6 verschillende soorten papegaaien. Daarna op naar de dam zelf, waar een
heleboel uitbreidingswerkzaamheden bezig
zijn. Ongelooflijk hoe groot zo’n dam is!
Rond
3 uur vertrekken we naar het huis van John en Willy en onderweg begint het
echt te hozen, straten zijn ondergelopen en de “mud” loopt omlaag langs de
straten. We drinken wat, wandelen met de hond achter hun huis bij de creek en
gaan vervolgens barbecuen. Later komt hun zoon Danny, een man van 32 jaar, die
nog thuis woont. Achter het huis komen diverse vogelsoorten, waaronder 2
lorikeets, van het voer eten dat Willy heeft neergezet.
Tegen acht uur ’s avonds gaan we richting Villawood en John gaat naar zijn werk. Hij is wachtcommandant van een brandweerbrigade.
Vrijdag
1 december.
Het
regent behoorlijk als we ’s morgens om half negen vertrekken met de bus naar
Parramatta en stappen om tien
uur op de City Cat naar Sydney. De regen stopt wanneer we Sydney naderen, het
is 24°C
en we hebben een prachtig uitzicht op Darling Harbour.
Dan stappen we over op de ferry naar de Zoo Taronga. Het is een prachtig dierenpark met mooie bush-birds en dieren die ook in Europa voor-komen.
We
eten een hapje van ’n smerig vies broodje hotdog met ’n soort
chili-con-carne erop (verkeerde keus) en besluiten later iets lekkers te eten.
’s
Middags gaan we nog wat shoppen en kopen bij Grace Bross een knuffel-monkey
voor tante, die niet meekon. In het ondergrondse shoppingcentre verdwalen we
zo ongeveer en komen er bij Victoria House weer uit. Dit is echt
raadselachtig! Na een goede lunch gaan we met de trein weer richting Chester
Hill waar we met Brooke een aantal foto’s bekijken op de laptop. Vanaf laat
in de middag begint het weer te regenen.
Zaterdag
2 december.
Het
weer is weer goed, 24°C,
en om acht uur ‘s ochtends gaan we te voet naar Chester Hill Station, waar
blijkt dat de treinen niet lopen in verband met werkzaamheden aan de rails.
Met de bus gaan we richting Lidcombe en nemen dan de trein naar het Olympisch
Dorp, waar we een guided tour hebben van een uur.
Het stadion is enorm groot, bij de opening van de Spelen waren er 118.000 toeschouwers. We kijken vanaf grote hoogte omlaag naar het sportveld, bekijken de VIP-tribune waar o.a. Samaranch had gezeten, de journalistencabines en staan zelfs op het erepodium, alsof we ’n gouden medaille hadden gewonnen. We willen wat souvenirs kopen, maar die zijn belachelijk duur.
WE ARE THE CHAMPIONS........!!!
Rond elf uur gaan we richting city en bezoeken de Market Place bij Darling Harbour, een heel grote markt c.q. bazaar. Daar vindt Fons ’n geschikt cadeau voor de kerstsurprise, een zingende vis! We lunchen weer lekker op een foodcourt.
Op het plein van Darling Harbour is het jaarlijkse
Japanse Festival bezig waar moderne
Japanse muziek wordt gespeeld en gedanst wordt. We maken ’n praatje met een
Australiër die echt staat te genieten van de muziek. Hij blijkt al eens in
Nederland te zijn geweest en probeert dus Nederlands te praten. Het is erg
gezellig.
’s Middags bezoeken we het Aquarium, waar een enorme hoeveelheid vissen, haaien etc. te bewonderen is in een aantal glazen tunnels met glazen bodem. Verder zijn er zeehonden en “gewone” aquaria.
We stappen weer in Lidcombe uit de trein en met de bus vertrekken we weer naar Chester Hill. Daar blijkt er geen bus meer te komen en we gaan staan wachten op ’n taxi, die ook niet komt. We zullen dus weer te voet moeten. Tegen 6 uur zijn we bij tante Sjaan en nemen een snelle douche.
Hoewel tante Sjaan de hele week heeft gezegd dat zij geen zin had om met ons mee uit eten te gaan, is ze toch al keurig gekleed en gekapt om mee te gaan. Ze heeft zelfs onze uitgaanskleding geperst! Tante Sjaan kom af en toe wat nors over, maar het is een schat van ’n vrouw met een hoge Australische droge-humor-graad
Brooke en Greg komen ons halen om naar de Catholic
Club in Liver-pool te gaan. Fons en ik hebben de familie uitgenodigd om te
gaan eten. Hier is een mooi restaurant waar een goochelaar de gasten
vermaakt met zijn trucs.
Een
schoonzoon van John en Liz is hier werkzaam als kok. Willy en John zijn ook
van de partij. Fons eet voor de
eerste keer in zijn leven oesters (gegrilde
George St Kilpatrick).
Na
het eten gaan tante Sjaan en Willy op een van de vele pookies (ongeveer 300)
spelen en tante legt Fons uit hoe het spel gespeeld moet worden. Ook hier
kan men wedden op de paardenraces, lotto, krasloten, keno (soort bingo op
TV-schermen) etc. John, Brooke, Greg en ik doen hier niet aan mee en wij
gaan in een rustiger gedeelte wat zitten praten. Het is een heel gezellige
avond geworden.
Maandag 4 december.
Tante
Sjaan en Brooke brengen ons naar Sydney Airport en na een aantal cadeaus
taxfree te hebben gemaakt stappen we in het vliegtuig dat stipt op tijd
vertrekt.
Op Schiphol staat Eric ons al op te wachten met een mooie bos bloemen en na een kop koffie te hebben gedronken gaan we huiswaarts. Na thuiskomst worden de koffers uitgepakt en de zaak even gesorteerd op vuile was en cadeautjes. Fons duikt in bed en ik ga de post op m’n gemakkie doorkijken en de krant lezen.
Later op de middag komen Eric en Karlijn die enkele foto’s mee bekijken en de cadeautjes krijgen, waar ze heel blij mee zijn. Ze verwennen ons zelfs nog door voor ons allemaal een warme maaltijd te koken. Het blijkt dat ze heel wat tijd in ons huis doorgebracht, gebruikgemaakt hebben van ons bad en bed en verschillende keren hebben gegourmet. Als zij net weg zijn, komen René en Simone en weer worden er foto’s bekeken, verhalen verteld en cadeautjes uitgedeeld.
Rond half elf vertrekken ze en gaan wij direct naar bed. Om drie uur ’s nachts ben ik al wakker en om vijf uur besluit ik maar een kop koffie te gaan drinken, waarna ik de computer in beslag neem en de e-mailtjes lees. Er is een welcome home-mailtje bij van Anjii. Ik ga later op de dag misschien nog wel even liggen. Enige vorm van jetlag zal toch wel niet helemaal te voorkomen zijn.
In de loop van de week arriveert de videoband van Tony en het is heel leuk om de familie weer in levende lijve te zien.
Uiteindelijk duurt de jetlag nog tot vrijdag (o.a. iedere nacht om drie uur wakker met een enorme honger en 'n hoofd vol watten) zodat we net op tijd weer helemaal fit zijn voor de volgende dag om de zilveren bruiloft van Ton en Willie mee te vieren.
Wetenswaardigheden
Alles gaat er in een zeer gezapig tempo.
Bij bezoek aan een restaurant wordt men geacht bij binnenkomst te wachten totdat de gastheer/vrouw je naar een tafeltje brengt. Na afloop ga je naar de counter waar je betaalt, meestal per creditcard. In de lunchcafé’s bestel je aan de toonbank en betaalt meteen, waarna het eten naar je tafeltje wordt gebracht. In Canberra is de gang van zaken iets anders.
Je krijgt weinig tijd om de menukaart te bestuderen en als je klaar bent met eten zijn de borden in een mum van tijd weggehaald. Daar zijn ze wel erg snel mee!
De hoeveelheid geserveerd eten is steeds heel veel. Eigenlijk hebben wij al te veel aan een hoofdgerecht, dus leggen we iedere keer maar uit dat we niet zo’n grote eters zijn.
In de grote steden zijn foodcourts waar je uitstekend kunt eten voor heel weinig geld. Het enige nadeel is dat je meestal van een plastic bordje eet met plastic bestek.
Bijna alle restaurants, hotels en openbare gebouwen zijn rookvrij en het komt er bijna op neer dat je alleen op straat mag roken (goede instelling).
De mensen zijn zonder uitzondering erg beleefd, vriendelijk en behulpzaam en altijd in voor een praatje. Je hebt hier in een mum van tijd contact met de mensen.
De prijzen zijn ongeveer gelijk aan die van Nederland. Alcoholische dranken zijn duurder en niet overal verkrijgbaar, frisdrank is heel goedkoop.
De benzineprijs varieert van $ 0,82 tot $ 0,92. In de binnenlanden wat duurder en in de steden wat goedkoper. Men klaagt hier steen en been over de hoge benzineprijzen, maar als wij vertellen dat bij ons de prijs 2x zo hoog is, vallen hun ogen bijna uit hun kassen.
Sigaretten zijn erg duur variërend van 7 – 11 $, maar dat weerhoudt de mensen niet om te roken.
Great Barrier Reef, Red Centre en bijv. Noosa Heads is een must. Volgens mijn nicht Agnes is het gebied tussen Brisbane en Sydney, de Goldcoast, ook een must (misschien iets voor een volgende keer ?!)
In iedere hotelkamer is koffie en thee beschikbaar en er is een strijkplank, strijkijzer en föhn.
De werkeloosheid is iets meer dan 7% en nooit zo laag geweest sinds ongeveer 20 à 30 jaar. Dit voor ons hoge percentage komt waarschijnlijk omdat heel veel mensen meer dan 1 betaalde job hebben. Er zijn wel heel veel aboriginals werkloos.
De levensverwachting van Aboriginals is 20 jaar lager dan van andere mensenrassen in Australië. Ze schijnen erg veel te drinken en dat is waarschijnlijk ook de reden dat je alleen met drank over straat mag als het ingepakt zit; dit verbod geldt ook in de auto (men mag drank niet zichtbaar vervoeren). Op straat is het ten strengste verboden te drinken.
Koffie blijkt hier meestal oploskoffie te zijn, alleen in de grote steden vind je hier en daar ‘echte’ koffie.
Ontbijt is hier veelal op z’n Engels met eggs, bacon, beans. Je kunt zelfs hier en daar lamskoteletjes, frites en biefstuk eten! Wij kiezen meestal voor toast en jam met een glaasje vruchtensap en thee; dat warme eten valt ’s morgens wel erg zwaar in de maag, dus daar wagen we ons niet meer aan!
Er wordt hier heel veel zoetigheid verkocht, hoewel mijn nicht Jo zei dat er alleen bij speciale gelegenheden gebak gegeten wordt.
Vooral buiten de grote steden lopen veel mensen op blote voeten. Dat zou in Nederland al gauw betekenen dat je een stuk glas in je voeten hebt of een stuk kauwgum eronder geplakt krijgt. De straten zijn hier schoner dan in Nederland. In Canberra staat in het centrum een groot bord van ± 2 x 2 meter waarop iedereen z’n kauwgum kan plakken. Zo voorkomt men dat alles op de grond wordt gedeponeerd. Goed idee!
In de huizen wordt er in de keuken gegeten en in de living staat geen eettafel, alleen een bankstel of fauteuils.
De meeste Aussies zijn erg blank (behalve aan de Sunshine Coast), want ze gaan absoluut niet in de zon. Dat is veel te gevaarlijk door het gat in de ozonlaag. Doen ze dat wel, dan wordt er stevig gesmeerd met een hoge beschermingsfactor. Huidkanker is een veel voorkomende ziekte.
De Engelse taal wordt erg “knauwend”uitgesproken, net als de Amerikanen dat doen en men kort veel woorden af.
Er wordt ontzettend veel gegokt bij “pokies” en paardenraces.
Bij onze aankomst in oktober is er overal al kerstversiering te bewonderen. Beetje vroeg naar onze begrippen!
Huizen zijn erg goedkoop. Voor $ 200.000,= heb je een schitterende villa buiten de grote steden!
In de meeste restaurants en cafés is geen toilet te vinden. Dat kan erg lastig zijn. Wel vind je hier en daar een openbaar toilet.
Je ziet weinig politie op straat en voorzover wij dat kunnen beoordelen is dat ook niet nodig.
Er is weinig agressie. Men claxonneert bijv. niet in het verkeer, steekt geen middelvinger op of iets dergelijks.
Er zijn veel goedkope “rommelwinkels”, een minder soort Wibra, Zeeman, Kwantum ineen.
Er
kan een heleboel op afbetaling worden gekocht in de winkels, zoals sieraden,
kleding, speelgoed.
Er zijn ontzettend veel juwelierszaken waar heel veel sieraden met diamantjes verkocht worden. In de toeristische gebieden worden heel veel sieraden met opalen verkocht.
Op TV ziet men veel dezelfde (spel)programma’s als in Nederland, bijv. weekendmiljonairs, Treasure-eiland (ongeveer als Zoek de Mol), Friends.
Er is ontzettend veel TV-reclame; op prime time is er ongeveer om de 8 minuten film 6 à 7 minuten reclame. Zo duurt een film wel erg lang en raak je de draad ook snel kwijt.
“Floodway, depth shows by indicators” = bijna alle wegen kunnen op hun laagste punt onder water komen te staan. Aan de hand van de peilstok kan men besluiten of men door het water verder rijdt of niet.
Volgens de familie hebben wij meer gezien van Australië dan zijzelf.
Met de huurauto vertrekken we op een kilometerstand van 13.575 en eindigen op 15856. dat is dus 2281 km.
In
totaal reizen we ±
46000 kilometers, uit en thuis!