Europatour 2003

Het heeft 8 maanden geduurd, maar eindelijk is 't er toch van gekomen: ons reisverslag van onze Europatour 2003 is gepubliceerd op internet.

Hoewel onze vakantie door ziekte van Fons niet het happy end kende dat we graag hadden, willen we jullie toch onze "avonturen" van de Europatour niet onthouden. Agnes heeft een dagboek bijgehouden met daarbij allerlei statistieken. Hierover kunnen jullie de volgende informatie vinden:

  1. kaart van Europa met onze totale route
  2. reisverslag in 'n enigszins verkorte vorm, want het complete verslag is te gedetailleerd om volledig te publiceren
  3. tabel van de hoogst gemeten temperaturen
  4. overzicht van het brandstofverbruik
  5. onze algehele indruk over de totale reis

Op "miniatuurtjes" kun je klikken waarna er een bijbehorende foto tevoorschijn komt .

Wij wensen jullie veel lees- en kijkplezier!

29 maart
Om half vijf zijn we gepakt en gezakt en kunnen vertrekken. Tegen drie uur arriveren we op camping du Lac des Varennes in Marçon en maken de caravan gebruiksklaar. De camping ligt direct aan het meer en ons plaatsje is op zo’n 15 meter van de waterkant. We hebben dus een prima uitzicht. Er wordt trouwens erg veel gevist in de hele omgeving. Onze campingbuurman komt na ’n paar uur apetrots met ’n halve meter grote vis tevoorschijn.
Binnen de kortste keren zijn we uitgepakt en gaan het dorp even verkennen en op zoek naar ’n goed restaurantje. Nou, dat valt even zwaar tegen (althans voor onze smaak). Op de voorgevels hangen de menukaarten met o.a. varkensoren (oreille des cochon), hoofdkaas, vogelmaagjes en wat dies meer zij. Ons woordenboekje doet goed dienst! Een terrasje is nergens te bekennen dus maar weer terug naar de camping om een afzakkertje te nemen. ’s Avonds rijden we naar een nabijgelegen stadje, maar ook daar serveren ze dezelfde ‘verrukkelijke’ gerechten. Dan gaan we toch maar in Marçon eten bij Restaurant du Boeuf. Na gekozen te hebben voor een 3-gangen-menu, ’n fles wijn en ’n fles water, krijgen we als amuse ieder 2 met groenten gevulde oliebollen en 2 bladerdeegkoekjes. Dat vult de maag al aardig. Het voorgerecht is een soort crabtaartje met (namaak)kaviaar en cocktailsaus. Niks mis mee! Fons ging voor eendenborst en Agnes voor sirloin (biefstuk). We hadden al ergens gelezen dat biefstuk bijna altijd taai is in Frankrijk en dat klopte als ’n bus. Hij was wel groot (de hele doorsnee van het bord) maar taai………… De eendenborst van Fons was ook redelijk taai. Het zullen wel scharreldieren zijn geweest, lekker oud! De groenten etc. smaakten prima. Vervolgens een kaasplankje. Daar kun je je nooit een bult aan vallen en toen bleek er ook nog een ijsje bij te horen. Dat hebben we vriendelijk afgeslagen; we hadden genoeg gegeten, het waren erg grote porties, en we moeten toch ’n beetje aan de lijn denken. Om nu meteen de eerste de beste dag al stevig over de schreef te gaan is ook niet nodig.

30 maart
We lopen een uurtje rond het meer en langs de speeltuin pakken een kopje koffie en vertrekken met de auto om de omgeving te gaan bezichtigen. In Courtanvaux stappen we even uit om de tuinen van het chateau
te bewonderen. De omgeving is erg mooi. Omdat de lente is begonnen, is er overal kleurrijke bloesem en de bossen en bomen langs de wegen hebben een groene waas van ontluikende blaadjes. We zitten in het goede seizoen!
Om 7 uur ’s avonds komen we erachter dat de zomertijd is ingegaan. Het is dus al 8 uur en we gaan nogmaals op restaurantavontuur (denken we). Allebei de restaurants in het dorp zijn gesloten. Dus gaan we weer huiswaarts en trekken het enige blikje soep dat we bij ons hebben open. Met een stukje toast erbij zullen we het moeten stellen tot morgenochtend. Het is dus niet verstandig om zonder een voorraadje eten op zaterdag je vakantie te beginnen.  

31 maart
Vandaag rijden we naar camping Les Deux Vallées in Vézac op zo’n 10 km. van Sarlat. De camping is van een Nederlandse eigenaar, z’n vrouw en 2 zwangere dochters en schoonzonen. Nadat we de caravan op zijn plek hebben, gaan we eerst boodschappen doen in St.Cyprien. Wanneer we de supermarkt uitkomen blijkt het te regenen. Heel leuk, we hebben namelijk spullen gekocht om te barbecuen; wel apart om dat al in maart te kunnen doen. Tegen dat we terug op de camping zijn is het weer droog. Dan beginnen er zich wat kleine tegenslagen voor te doen; niks serieus gelukkig. De nieuwe luifel wil niet opgezet worden zoals Fons dat had gedacht. Het lijkt wel of de luifel te groot is en er ontbreken enkele onderdeeltjes. Maar na veel vijven en zessen staat ie dan toch, zij het niet zoals het eigenlijk zou moeten. De vloermat is meteen hartstikke smerig omdat het geregend heeft; echt geen gezicht! De barbecue wordt aangestoken en Fons laat zijn 1e karbonaadje in het zand vallen. Dat gaat hij, inventief als ie is, afspoelen onder de kraan. Tijdens het eten blijken we vlakbij een treinstation te zitten; dat maakt behoorlijk wat herrie. Gelukkig blijft de frequentie dat er treinen langskomen beperkt tot circa 1 per 2 uur.
Wanneer Fons de camping ’n beetje gaat verkennen, ontdekt ie dat bij hevige regenval de kans groot is dat de nabijgelegen rivier overstroomt op de camping en dat er dan geëvacueerd moet worden. Hopelijk blijven we hiervan verschoond. Tegen achten is alles weer opgeruimd en gaan we plannen maken voor de volgende dag.

1 april
In de vroege morgen is het erg koud en nevelig. We gaan te voet door de weilanden naar het nabijgelegen Beynac, een prachtig oud dorpje met heel hoog boven de rivier La Dordogne een kasteel waar we naartoe klimmen. Tijdens deze beklimming is de lucht strakblauw geworden en de temperatuur gestegen tot zo’n 22oC. De te warme kleding wordt verwisseld voor een korte broek en we rijden met de auto naar Sarlat, een leuk oud stadje met veel winkeltjes. Vooral dure wijnen, kostbare truffels en foies-de-gras worden er veel verkocht. Overal zijn straatjes en heel smalle omhoog en omlaag lopende steegjes.

2 april
Vandaag maken we een rondrit door de wijde omgeving. Via Coux et Bigaroque en Le Bugue waar een foto wordt gemaakt van het ‘vreemde’ kerkhof rijden we naar Perigueux, alweer een leuk oud stadje met smalle straatjes en veel winkeltjes. We rijden binnendoor naar Montignac waar we wandschilderingen in de Grotten van Lascaux willen bezichtigen. Dat blijkt in het voorseizoen alleen onder begeleiding van een Frans sprekende gids te kunnen, dat doen we dus niet. We verstaan daar toch maar een heel klein beetje van. Jammer, volgende keer beter. De omgeving is vergelijkbaar met o.a. het Harzgebergte in Duitsland. Vermoedelijk komen in de Dordogne meer toeristen vanwege het betere weer. 

3 april
Om kwart voor elf vertrekken we voor een stevige wandeling van 2½ uur in de omgeving van Beynac. Er moet af en toe stevig geklommen worden dus de benen worden meteen geteisterd. Bij terugkomst op de camping blijkt de luifel het begeven te hebben door de harde wind. Nog wat ‘gemodder’ besluiten we de luifel af te breken.
’s Avonds gaan we uit eten in hotel-restaurant Le Chateau Beynac, dat pas afgelopen zondag is heropend door een Nederlandse eigenaar en zijn vriendin. Het eten is er uitstekend, tegen een volgens ons te lage prijs.

4 april
Om half elf rijden we naar Sarlat voor een stadswandeling. We komen in straatjes, steegjes en op pleintjes waar we nog niet eerder waren. Bij een overdekte markt kopen we als souvenir een flesje notenolie uit de streek. Overal worden de terrasjes uitgebreid gedekt zodat het lijkt alsof men vandaag goed weer verwacht. Na 'n kop koffie gaan we bij een internetcafé de e-mail lezen. De computers hebben een Frans toetsenbord waarbij de letters op andere plaatsen zitten dan in Nederland. Dat is wel even wennen.
Weer terug op de camping wordt de caravan een schoonmaakbeurtje gegeven en alvast zoveel mogelijk de zaak klaargemaakt om morgenvroeg op tijd te kunnen vertrekken naar onze volgende pitstop: camping Le Col Vert in Vielle St. Girons op zo’n 30 km. onder Bordeaux aan de kust. We willen vroeg vertrekken omdat morgen de voorjaarsvakantie van de Franse scholen begint en er grote drukte wordt verwacht rond Bordeaux.

5 april
Vandaag rijden we via Bergerac richting Les Landes, waar kilometerslang pijnboombossen staan, naar camping Le Col Vert in Vielle St. Girons bij Léon. We krijgen een plaats pal aan het Etang de Léon.  De camping is vandaag pas geopend en het is nog erg rustig. 's Middags gaan we voor het eerst een eindje fietsen. Het is hier bijna helemaal vlak gebied en er zijn echte fietspaden. In de Dordogne was fietsen naar onze mening veel te gevaarlijk. Daar waren geen fietspaden en reed je als een soort kamikazefietser over de weg. 
Terug op de camping zitten we een paar uur heerlijk in het zonnetje, met de broekspijpen en mouwen opgestroopt. Fons heeft al een bruin gezicht gekregen. Dat van Agnes heeft meer de kleur van een rijpe tomaat. Hopelijk kleurt dat nog bij! Na het avondeten gaan we de camping, die in een groot bos ligt, even verkennen. Dat even wordt ruim een uur, want de camping is verschrikkelijk groot. Er staan o.a. stacaravans, blokhutten, tenten die op ’n friteskraam lijken en alles staat hutje bij mutje. We zijn blij dat het nu voorseizoen is en dat we zelf ’n leuk kampeerplaatsje hebben mogen uitzoeken! Hier zouden wij in het hoogseizoen niet graag  zitten.

 

 

6 april
We stappen (in korte broek en T-shirt) op de fiets voor een rit van ca. 40 km. naar St. Girons Plage en Léon. Het landschap is enigszins heuvelachtig maar de kuitspieren duwen ons steeds beter omhoog. Er is een schitterend kilometerslang fietspad door pijnboombossen naar St. Girons Plage dat pal aan de Atlantische Oceaan ligt. Dat dorp is compleet uitgestorven, alles is dichtgetimmerd totdat het hoogseizoen begint. Het is maar goed dat we zelf wat koffie en eten hebben meegenomen! De tocht gaat terug over het fietspad tot we bij een grote parkeerplaats komen midden in de bossen. Hier houden we een picknickje  om even uit te rusten. De hele omgeving lijkt op de Oisterwijkse bossen en Drunense Duinen, maar dan véééél groter.
s Avonds gaan we uit eten bij een echte Duitse Biergarten: vleeswaren hors d’oeuvre, Jägerschnitzel met frites en ijs na.

7 april
Vandaag houden we het grootste deel van de dag onze jacks aan. We rijden naar Bayonne, dat bijna op de grens met Spanje ligt. Daar aangekomen zijn bijna alle winkels dicht want men heeft middagpauze. Hier zijn we nog steeds niet aan gewend. Er is niet echt veel te zien in Bayonne, dus rijden we terug langs de kust en bezoeken het vakantiedorp Vieux Boucau, gelegen aan een meer en vlak aan de Golf van Biscaye. Vermoedelijk is het hier hartje zomer erg druk en toeristisch, wel leuk met heel veel winkeltjes en terrasjes.

8 april
We maken een stevige wandeltocht van ruim 18 km. waarvan een groot deel langs het riviertje de Huchet via de parkeerplaats waar we zondag al gepicknickt hebben naar het strand. Daar is ook alles dichtgetimmerd. Het is trouwens langs heel de kust verboden te zwemmen wegens gevaarlijke stromingen. Onderweg picknicken we o.a. met “du pain, du vin et du fromage”. Er worden veel foto’s gemaakt want er is van alles te zien.

9 april
In Spanje nemen we de tolweg die helemaal langs de kust loopt tot Santander. Het landschap is bergachtig. Tegen twee uur komen we aan op de camping Cabo Mayor na in de stad behoorlijk verkeerd gereden te hebben. Door wegwerkzaamheden stond de camping niet goed aangegeven. De camping ziet er keurig uit, wel kleine plaatsjes met hoge drempels waar de caravan bijna niet tegen op kan. Na uitgepakt te hebben lopen we richting stad. Santander ligt aan een grote baai, Costa de Cantabria, en door de harde wind beuken de golven behoorlijk op de kust. Wel ’n mooi gezicht. We komen door ’n paar erg mooi aangelegde parken en bij het voetbalstadion draaien we toch maar om want het begint steeds harder te regenen en we zijn toch ruim een uur onderweg geweest.

10 april
Na het ontbijt gaan we eerst boodschappen doen. In de dichtstbijzijnde supermarkt is er genoeg te zien: veel vis, losgevroren groenten, vis, vlees waar je naar believen uit mag scheppen, rode wijn in prijsklasse van € 0,69 tot € 10,=. De boodschappen zijn hier in elk geval aanmerkelijk aantrekkelijker geprijsd dan in Frankrijk. Met gebruik van handen en voeten bestellen we vlees. Straks toch even een Spaans woordenboekje zien te kopen!

Via het strand gaan we te voet naar het centrum van de stad. Bij een stalletje kopen we een stadsplattegrond en lopen door naar het centrum waar we na 10 km. lopen aankomen. Er zijn veel winkel(tje)s, geen echte warenhuizen zoals in Nederland. Ook zijn er standbeelden in alle vormen en groottes. Bij het toeristenbureau vragen we de weg naar een boekhandel waar een Engels-Spaans woordenboekje wordt gekocht.
 In een overdekte markt lunchen we bij een cafeteria. Een grote pils, een grote kop koffie (met 1,5 cm. koffie), 2 gestapelde minisandwiches en een schaaltje olijven kost het luttele bedrag van € 3,80. De serveerster is zeer behulpzaam en maakt zelfs een foto van ons.

Dan gaan we weer richting camping met onderweg een pitstop op een terrasje aan de baai. Ook hier worden 3 prijsniveau’s gehanteerd: consumptie aan de bar (goedkoopst), aan een tafeltje (iets duurder) en op het terras (duurst). Om half vijf zijn we op de camping met 20,81 km. in de benen. Dat is dus weer ruim voldoende voor vandaag! De rest van de dag krijgen de voetjes een welverdiende rust.

11 april
De weersvooruitzichten zijn voor vandaag wat minder, af en toe regen (klopt) en ca. 14oC. We rijden naar Santillana del Mar, waar we het historische dorp bezichtigen. Het centrum is helemaal authentiek, tot en met de bestrating. Wel is het erg toeristisch en zijn er veel winkeltjes waar allerlei ‘prullaria’ verkocht wordt. Na het avondeten lopen we naar de naastgelegen vuurtoren (Cabo Mayor) waar we van het uitzicht genieten en in het cafeetje nog een glaasje drinken.

12 april
Omdat het met enige regelmaat regent, gaan we nog ’n keer shoppen in de supermarché Carrefour, een enorm grote supermarkt met onvoorstelbaar veel lekkere dingenen rijden naar het centrum van Santander om nog ’n keer door de winkelstraten te slenteren en te lunchen. Als afsluiting van ons verblijf in Santander bezoeken we het aan de baai gelegen grote Palazzo Madalena omringd door een groot park met een kleine zoo. De golven beuken tegen de rotsen en dat geeft ’n mooi plaatje. ’s Avonds om half twaalf komt een vuilniswagen nog even pesten door de containers leeg te maken. En dat ook nog op zaterdag!

13 april
Salamanca, here we come! Na vertrek belanden we al snel in de bergen waar we ook nog een pas over moeten.  Daarna wordt het landschap steeds vlakker en kaler, allemaal weilanden met hier en daar een eenzaam boompje. Om 13.00 uur zijn we op camping Regio in Santa Marta del Tormes, die een onderdeel vormt van een complex waar ook een groot hotel aan verbonden is. Later op de middag gaan we ’n kijkje nemen in het dorp Santa Marta del Tormes, een voorstadje van Salamanca. Er is weinig te zien, veel nieuwbouw appartementen en weinig mensen. Onderweg terug naar de camping begint het te regenen. Het regent en waait steeds harder en we leggen de stoelen en tafel voor de zekerheid in de auto. Volgens de informatie die we hebben verzameld, regent het in deze streek heel weinig; dat hebben ze dus speciaal vandaag voor ons bewaard. In een brochure lezen we dat er deze week elke dag een of meer processies zijn in Salamanca in verband met viering van de Goede Week.

14 april
Na de dagelijkse routineklusjes en diverse pogingen om een ooievaarsnest op de foto te vereeuwigen, vertrekken we met de bus naar Salamanca. Deze stad staat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco wegens zijn historische rijkdommen, zoals het Playa Mayor, een enorm plein binnen 4 gevelwanden met achter 1 gevelwand het stadhuis. Verder een universiteit met mooie openbare bibliotheek, een Romeinse Brug van 200 voor Christus over de rivier Tormes, een oude (begin van de bouw in 1150) en een nieuwe Basiliek uit de 16e eeuw. Op het dak ervan barst het van de ooievaars. Omdat er deze week dagelijks processies zijn, zijn de enorme processiebeelden in de basiliek opgesteld. Wanneer we met de bus weer huiswaarts gaan, blijken we in de verkeerde bus te zijn gestapt en krijgen we een lange sightseeing van Santa Marta del Tormes voorgeschoteld. Uiteindelijk stappen we in het centrum maar uit en lopen terug naar de camping. 

 

 

15 april
We gaan een trip maken naar het 70 km. verderop gelegen Zamora. Het is een gezellige erg drukke stad, leuker eigenlijk dan Salamaca. Dat komt misschien ook omdat de zon volop schijnt. Binnenkort doen hier de kinderen hun 1e H. Communie en dat is te merken in de etalages. Echte witte bruidsjurkjes en matrozenpakjes zijn er in alle soorten en maten (beetje belachelijk gezicht). De lange winkelstraat volgend komen we uiteindelijk bij de Basiliek waar alweer 3 ooievaarsnesten op een kerk zitten. We lopen door de tuin rondom de kasteelruïne. Hierin wonen en werken een aantal kunstenaars. De binnenplaats is gemoderniseerd en dat is eigenlijk jammer. In de Basiliek is men bezig de beelden voor de processie van vanavond op te tuigen met heel veel bloemen. Overal staan camera’s klaar dus waarschijnlijk komt de processie op TV. Over de rivier Duero ligt een oude Romeinse brug. 

16 april
Even na twee uur Portugese tijd (klok 1 uur terug) zijn we op de plaats van bestemming: Camping Municipal in Espinho. De faciliteiten zijn een stuk minder dan we gewend zijn, maar de ligging is goed ten opzichte van o.a. Porto en de wijde omgeving om tripjes te maken. De staanplaats is erg klein, ongeveer 35 m2. Het is maar goed dat het hier niet druk is, zodat we de auto op een andere plaats kunnen parkeren. De temperatuur is opgelopen tot 21oC en de korte broek en topje worden uit de kast getoverd. In de loop van de middag lopen we via het station naar het strand en de boulevard. Ook hier wordt hard gewerkt om alles te renoveren. Er zijn hoge golven en er wordt hier en daar een poging gedaan tot surfen. 

17 april
's Morgens vertrekken we voor een rondrit langs de rivier Douro, die bij Porto in de oceaan uitkomt. In het begin rijden we compleet fout en belanden in dorpjes met heel enge straatjes, hellingen van 13%, slecht wegdek etc. Niet leuk dus! Maar dan krijgen we onze beloning: een prachtige vallei waar de Douro door stroomt. Vroeger werd deze rivier gebruikt om de druiven naar Porto te verschepen waar ze tot port werden gemaakt. Onderweg zien we heel veel sinaasappelbomen, vele hectaren grote eucalyptusbossen, in het wild groeiende aronskelken, heel hoge bergen, veel (af en toe heel smalle) slingerwegen met of zonder bermafzettingen. De mensen wonen hier compleet in de rimboe. Na een lange rit van 200 km. (het gemiddelde ligt erg laag) zijn we om 6 uur weer terug op de camping. Na het eten lopen we nog naar het strand om de benen te strekken onderweg drinken we nog ’n kop koffie die het geweldige bedrag kost van € 1,=. Boodschappen doen is hier ongeveer even duur als in Nederland. Groenten zijn erg duur (voor een bloemkool betaalden we vandaag € 4,50 en voor 2 biefstukken € 7,=) Uit eten gaan en de kroeg zijn meestal stukken goedkoper. Onderweg betaalden van € 0,70 voor een flesje bier en € 1,= voor een broodje ham/kaas.

18 april
's Morgens nemen we de trein naar Porto. Het treinkaartje retour kost € 2,= per persoon en daar mag je een half uur voor reizen! De kaartjes worden nog ouderwets geknipt. Op de heenweg 1 knipje en terug 2 knipjes. De trein stopt bij iedere holle boom; ongeveer 6 stops op een afstand van ca. 25 km. Het stationshal van Porto staat in de steigers en dat is jammer want er zijn mooie mosaïeken te zien. Direct buiten het station wordt er flink gewerkt, dus dat is geen visitekaartje. Zoals we ons nog herinnerden van ons vorige bezoek is Porto een vieze stad met veel bedelaars, maar we wilden dit gevoel nog eens checken. Er zijn veel oude gebouwen die best mooi zouden zijn als ze eens een keer goed onderhanden zouden worden genomen. We wandelen door het centrum en belanden bij het Palacio da Bolsa, een voormalig handelshuis, heel rijkelijk ingericht. We bezichtigen het naastgelegen museum en de door Franciscus van Assisië gestichte kerk met de catacomben. Hier liggen vermoedelijk de rijke mensen uit de 2e helft van de 19e eeuw begraven. De kerk zelf is rijkelijk gebeeldhouwd en met goudverf beschilderd. Vanaf deze plek hebben we een goed zicht op de vele porthuizen aan de overkant van de Douro. De tijd ontbreekt ons om daar een rondleiding te doen, maar dat hebben we bij ons vorige bezoek al eens gedaan. Volgens de campingbeheerder is april de regenmaand van Portugal.

19 april
Het regent dat het giet wanneer we even na achten richting Lissabon vertrekken. Voor de eerste keer hebben we bij ons vertrek de regenjasjes moeten gebruiken. Tot ruim halverwege Lissabon regent het, daarna blijft het wel bewolkt maar droog. De temperatuur loopt op tot 17oC. We nemen de tolweg en de reis verloopt heel vlot. In Lissabon moeten we even zoeken naar de camping, maar ook dat gaat goed en om even na twaalven zijn we op Campismo Municipal die in het enorm grote park Florestal de Monsanto ligt, aan de rand van de stad. Na het inrichten van onze plek, met picknicktafel en banken onder de bomen, gaan we lunchen op het terras van het campingrestaurant.

20 april 1e Paasdag
Als Paasontbijt eten we ’n gekookt eitje. ’n Mens moet wat, nietwaar? Echte paaseitjes hebben we niet. Ze verkopen hier een soort keiharde amandelpitten of reuze paaseieren en die zijn onbetaalbaar. Portugezen zijn trouwens echte zoetekauwen. Daar is ’t gesnoep van de HVL-collega’s maar kinderspel bij! We zijn van plan met de bus naar Lissabon-centrum te gaan en vandaar met een dubbeldekker een rondtour te maken. De Coolsjes blijken nog geen echte wereldreizigers te zijn, stappen dus prompt in de verkeerde bus en belanden in een totaal verkeerde wijk van Lissabon. De buschauffeur mummelt wat op z’n beste Portugees en wijst ons met de tram rechtsaf te gaan. Dat blijkt goed te zijn en we komen uiteindelijk toch terecht op het Praça do Comércio, een groot plein met mooie beelden en gebouwen. Hier is alle toeristische informatie te krijgen en vertrekken de tourbussen. We hebben alweer geluk: omdat het eerste Paasdag is zijn alle musea gesloten. Gelukkig wordt hier geen 2e Paasdag gevierd! Met de dubbeldekker rijden we zo’n 2 uur rond langs allerlei musea, standbeelden, bezienswaardigheden. Op die manier krijgen we ook een goed beeld van de stad. We weten nu wat we wel en niet willen zien. We wandelen nog ’n paar uur door het centrum, schepen de bedelaars van ons af en pakken laat in de middag de bus terug naar de camping. Deze keer gaat het in een keer goed! Wel rijdt de buschauffeur als ’n razende Roeland door de straten en moeten we ons flink schrap zetten om niet door de bus te schuiven. Zoiets moet je niet doen met ’n volle maag. 

21 april
Met de korte broek aan gaan we boodschappen doen. 2e Paasdag kennen ze hier niet dus alle winkels zijn normaal open. Als we thuiskomen wordt de korte broek verruild voor een lange broek omdat ’t toch nog wat frisjes is. We nemen de bus naar het centrum en klimmen vanaf het Praça do Comércio door smalle steegjes naar het hooggelegen Castelo de Sao Jorge. Dat is wel even de kuiten smeren. Eenmaal boven hebben we ’n schitterend uitzicht over Lissabon en de Taag (Rio Tejo). We wandelen daar ’n paar uur rond, beklimmen de kasteelmuren, gaan door poortjes, tuinen, binnenplaatsen etc. Weer beneden gaan we op zoek naar het Portmuseum. Dat blijkt jammer genoeg niet meer te bestaan. Vervolgens lopen we naar de Mercado Ribeira, waar volgens onze informatie handgemaakte artikelen te koop zijn. Ook dat blijkt niet helemaal te kloppen. Er is maar 1 winkel met dat soort spul, een gangpad met bloemenstalletjes en een groot gedeelte dat leeg staat. We horen zingen en veel gepraat en gaan daar op af. We komen terecht in een zaal waar een heleboel stoelen in rijen staan opgesteld met in het midden een druk bezocht danspodium en achterin de zaal een zanger. De zaal is versierd met een heleboel ballonnen. Volgens ons is het een dansmiddag voor alleenstaanden. Er is zoveel te zien in Lissabon dat we ons er gemakkelijk 2 weken zouden kunnen vermaken, maar helaas: de tijd ontbreekt ons.

22 april
’s Morgens regent het pijpestelen en dat klopt volgens het Nederlandse weerbericht. Als we om tien uur naar de bushalte lopen is het toch alweer droog. De bus brengt ons in 1 uur naar het kolossale terrein van de Wereldtentoonstelling 1998 (Parque das Naçones). Voorbij de ingang is een winkelcentrum met ruim 400 winkels en restaurants. Over het glazen dak van het winkelcentrum stroomt continu water, dat ’n heel mooi plaatje geeft. Buiten aan de kant van de Taag is o.a. een langwerpige vijverpartij met vlaggen van alle deelnemende landen, een kabelbaan en het Oceanium. De bijbehorende gebouwen zijn enorm groot. Het is jammer dat het onderhoud een beetje onder de maat is: er liggen tegeltjes en planken los, het onderhoud van de toiletgebouwen is niet goed bijgehouden; de wastafels zijn wel leuk. Het uitgangspunt is: wanneer de zaken gebouwd worden gebeurt het goed, maar het latere onderhoud ontbreekt enigszins. Na enkele uren rondgelopen te hebben, nemen we de metro naar het centrum waar we ook nog de nodige kilometers vreten. We komen tot de conclusie dat er minstens 1000 restaurant(je)s zijn, vaak met maar 2 of 3 tafeltjes, maar er zijn er ook waar lange rijen tafels en stoelen staan opgesteld. De tafels zijn voor 12 uur allemaal gedekt inclusief glazen om tijdens de middagpauze een complete warme maaltijd te gebruiken. 

23 april
De zon staat hoog aan de hemel dus hijsen we ons in de korte broek en rijden richting Sintra. Dit stadje is erg toeristisch, dus veel winkeltjes, restaurantjes, kastelen en nog veel meer oude gebouwen. Een paar kilometer verder ligt het Monserrate Park, een groot tropisch park met daartussen (natuurlijk weer) oude bouwwerken. Er worden een aantal leuke foto’s gemaakt, maar dan begint het te hozen en sprinten we naar de auto terug. De tocht gaat verder naar Cabo da Roca, een uitzichtpunt bij een vuurtoren hoog op de rotsen aan de oceaan. Het is intussen gelukkig droog geworden.Via de kustweg rijden we naar Boca do Inferno in de buurt van Estoril. Ook hier een kolkende branding tussen de hoge rotsen. Bij slecht weer zal het hier behoorlijk spoken! We komen nog door verschillende stadjes die langs de kust liggen en belanden weer veilig op de camping. Op die ene hoosbui na was het ongeveer 19oC en prachtig weer.

24 april
Vandaag verkassen we naar onze laatste pitstop in Portugal: Albufeira. Onderweg passeren we tientallen kilometers lang bermen met voorjaarsbloemen in alle mogelijke kleuren, rood, geel, wit, blauw, paars etc. Een prachtig gezicht. Albufeira is nog steeds het leuke plaatsje dat we in onze herinnering hadden: heel veel restaurants, winkeltjes, zon en ’n leuk strand waar gezwommen en gezond wordt. We wandelen wat door de straatjes, bekijken winkeltjes, kopen ’n afritsbroek voor Fons en ’n krant, pikken ’n terrasje en dan is het hoog tijd om terug te gaan en voor het eten te zorgen. Vandaag hebben we meer dan genoeg zon gehad op onze body’s en zijn engiszins tomaatachtig gekleurd. 

25 april
Na de dagelijkse klusjes gaan we “toeristje” spelen. Op de fiets gaan we naar het dorp, slenteren wat langs de kraampjes en winkeltjes, Agnes koopt een nieuwe zonnebril, we internetten, pikken ’n terrasje en luisteren/kijken naar het live-optreden van saxofonist Johnny Hooper. Volgens ons trad die kerel hier 6 jaar geleden ook al op met hetzelfde overhemd aan. Langs het strand lopen we naar de rotsen waarlangs we een smal pad volgen en een leuk uitzicht hebben over het strand en het dorp.  Hoewel het iets meer waaide dan gisteren en er meer bewolking was, is de temperatuur opnieuw naar 23oC gestegen.

26 april
Vandaag gaat de rit naar de westkaap (Cabo de São Vicente), het meest westelijke deel van het Europese vaste land. Onderweg stoppen we bij Beliche waar we een mooi uitzicht hebben op de hoge rechte rotskusten en in de baai zijn een stel surfers bezig hun kunsten te vertonen. Een eindje verder is Fortaleza Beliche van waaruit je ook een schitterend zicht hebt op de rotsen en de oceaan. Vandaar gaat de tocht verder naar de westkaap Cabo de São Vicente. Daar heeft men ’n toeristische trekpleister van gemaakt met kraampjes, eettentjes etc. Onderweg stappen we nog even uit bij een oud Moors fort, Fortaleze de Sagres. In Portimão wordt geluncht en boodschappen gedaan. Dan zit het uitstapje er weer op voor vandaag. ’s Middags doen we iets aan ons bruiningsprogramma en ’s avonds eten we op een terras aan het strand in Albufeira. Het was vandaag 23oC, maar de gevoelstemperatuur toch ’n paar graden warmer.

27 april
De lucht is strakblauw en we ontbijten buiten in de schaduw. Tegen half elf vertrekken we te voet voor een wandeltocht naar Praia d’Oura. Dit is een compleet nieuwbouwstadje in de buurt van Albufeira. We lopen zoveel mogelijk over het strand en de rotsen maar omdat het vloed is, moeten we toch ’n stuk over de weg verder. In Praia d’Oura zijn heel veel kroegen in de straat die “the strip” heet en dus “the place to be” is voor de uitgaande jeugd. We drinken koffie op een strandterras, lopen wat door de straatjes en gaan dan weer terug naar Albufeira, waar we lunchen. Het is eigenlijk te warm om te wandelen en dus besluiten we terug te gaan naar de camping om te luieren. We hebben er dan 11 kilometer op zitten. Op zich niet zoveel, maar over het strand en de rotsen schiet natuurlijk niet echt op. ’s Avonds na het eten wordt de caravan vertrekklaar gemaakt. De temperatuur was vandaag 27oC.

28 april
Als we om kwart voor acht wegrijden motregent het flink, maar net voorbij Faro is het alweer droog. We hebben besloten toch door te rijden naar ons oorspronkelijke doel: Ronda. Tussen Albufeira en Ronda was geen fatsoenlijke camping te vinden. Dat komt ook omdat er een heel groot nationaal park tussen ligt. Meteen na de Spaanse grens komen we in wat bergachtig gebied met tientallen kilometers lang enkel akkerbouw en heel veel plastic kassen. De bergen worden hoger naarmate we Ronda naderen. Om twee uur (inclusief een uur tijdverschil naar voren) zijn we al op de camping. De camping El Azur ligt op 800 mtr hoogte, ziet er goed uit, leuke plaatsen, goed sanitair en een leuk uitzicht. De routine is zover doorgevoerd, dat we al binnen een half uur klaar zijn, op de luifel na. We gaan eerst een omeletje eten in het restaurant en dan stort Fons zich voor de 2e keer deze vakantie op de luifel. Het gaat alweer niet geheel naar wens, ’t kreng is te groot of de stokken te kort. Wanneer we weer thuis zijn, zullen we nog ‘ns bij de leverancier langsgaan. Het kost dus nogal wat tijd om de luifel op te zetten en dan nog is ’t geen schoolvoorbeeld. Maar, het helpt goed tegen de felle zon en dat is ’t belangrijkste. Omdat onze eetlust erg klein is na de stevige lunch die we pas laat op hebben, eten we vanavond tapas. Dat is ’n erg goede uitvinding! Lekker en zo klaar. Er zijn hier heel veel Nederlanders. Bijna allemaal met camper maar ook ’n aantal met een puptentje. Leuk om te zien, dat geklungel. 

29 april  
Om tien uur vertrekken we te voet richting Ronda om de zaak daar ‘ns te bekijken. Naar het centrum is 3,5 km. vanaf de camping. Eenmaal in de stad slenteren, klimmen en dalen we door de smalle straatjes langs allerlei oude pallazo’s, kerken, musea etc. Ronda is gebouwd aan 2 kanten van het 200 mtr diepe Tajo-ravijn, die met elkaar verbonden worden door een oude Moorse brug en de zogenaamde nieuwe” brug uit 1793. Van alle kanten heb je hier een schitterend uitzicht over het ravijn, het dal en de gebouwen. Een wonderlijk gezicht en vaak griezelig omdat ’t zo hoog is! Het is erg druk in de stad. Er worden busladingen vol toeristen losgelaten, die vaak herkenbaar zijn aan de gids en de sticker op hun t-shirt. Uiteraard bezoeken we ook de stierenvechtersarena uit 1785 met bijbehorend museum, midden in de stad. Dit is de oudste arena van Spanje. Terug op de camping. hebben we er weer ruim 12 kilometer en dik vijf uur lopen op zitten.

30 april
Tamelijk vroeg in de ochtend vertrekken we richting Gibraltar, een rit van plm. 100 km. Al snel zitten we midden in de bergen die het uiterlijk hebben van een mix van Zwitserse en Oostenrijke bergen, kaal en begroeid. De hoogste top is ruim 1300 meter. Na ca. 50 km. wordt het landschap licht heuvelachtig en na 2 uur rijden komen we eindelijk in Gibraltar aan en hebben we een prima uitzicht op San Roque, ons einddoel. Daar staan we een uur in de rij om door de douane te komen, inclusief paspoortcontrole. De benzine kost hier maar € 0,48. Het is er erg druk en het kost de nodige moeite een parkeerplaats te vinden. Met een cabinekabelbaan gaan we ruim 400 meter omhoog naar de top (oh, wat zijn we voortaan toch dapper!). Omdat we onze lunch hebben gemist, pakken we een noodrantsoen (mueslireep). Fons heeft die reep nog in zijn hand wanneer we uit de kabelbaan uitstappen. Daar staat een aap paraat die al het eten meteen hardhandig bij de toeristen vandaan steelt, dus ook Fons is z’n reep kwijt. Vanaf hierboven hebben we ’n schitterend uitzicht op de omgeving, de Golf van Biscaye, Marokko, Gibraltar-stad en de havens. Op het terras van het restaurant kun je wel eten kopen, maar niet eten, want ook daar wordt ’t meteen gestolen door de apen. Het lijkt wel of ze ieder hun eigen afdeling hebben.  Er worden ’n heleboel foto’s geschoten en bij de terugtocht met de kabelbaan springt er ’n aap voor op de cabine en krijgt van een medepassagier ’n banaan. Die wordt meteen opgepeuzeld en wanneer de kabelbaan aanstalten maakt tot vertrek springt de aap er vlug af. Hij wil liever niet mee naar beneden! We hebben geen tijd meer om in de stad rond te kijken en vertrekken weer richting Spanje. Daar is alweer paspoortcontrole. We gaan eerst bij McDonalds langs om Fons ’n verlate lunch te laten eten. Dan vertrekken we richting Ronda, waar we vroeg in de avond aankomen. Na een korte pauze gaan we eten in het campingrestaurant. Als aperitiefje neem Agnes een glas sangria. Als dat bijna op is blijkt er ’n vlieg in te zwemmen! Fons bestelt lamsvlees en krijgt een supergrote lamspoot van zo’n 25 cm. geserveerd. Agnes eet struisvogelbiefstuk in een saus van witte wijn met pruimen. Het smaakt voortreffelijk. 

1 meiWeb 049 communiekleding.jpg (70747 bytes)Web 050 Mei-viering.jpg (34257 bytes)
Even na half elf vertrekken we te voet richting Ronda en dalen halverwege de stad af naar diep in het ravijn. Een mooie wandeling maar ’t nadeel hiervan is dat we weer 200 meter moeten klimmen om in de stad te komen. Maar, alles went. Eenmaal in de stad is het ook continu stijgen en dalen. Het is vandaag Dag van de Arbeid dus alle winkels zijn dicht op de restaurantjes na. Het is erg druk met wandelende mensen. Er lopen communicantjes rond in echte bruidsjurkjes en matrozenpakjes, een komisch gezicht. Ook zijn er groepjes kinderen die ’n soort processie houden met ’n draagbaar waarop een kruis en bloemen staan. Ze vragen de passanten om geld (niet altijd even vriendelijk trouwens). Het zal wel ’n plaatselijke gewoonte zijn. ’s Avonds wordt de barbecue nog ’n keer van stal gehaald. 

2 mei 2003
Onder een strakblauwe lucht ontbijten we. Rond half elf vertrekken we voor een gedeelte van de Witte Dorpen-route en een bezoek aan de Sierra de Grazalema, een heel groot Nationaal Park in de buurt van Ronda. In de buurt van het stuwmeer Embalse de Zahara komen we een wild varken tegen op onze weg en een stukje verder een loslopende geit, die gewillig poseert. Dan komt het echte klimwerk, enkele passen van boven de 1300 meter, smalle wegen (gelukkig wel met betonnen vangrail) en op iedere top een Mirador (uitzichtpunt) waar we genieten van de omgeving. Bij Benamahoma is een grote picknickplaats waar we lunchen. Fons houdt ondertussen angstvallig een loslopende koe in de gaten en als hij een stier in de gaten krijgt die in onze richting komt, zijn we in een mum van tijd ingepakt en met de koffiebekers in onze hand vertrekken we vlug richting auto die achter een hek staat. Wandelen in het nationaal park is niet veilig voor ons. De wandelingen zijn niet bewegwijzerd en het is er nogal bergachtig. We nemen niet het risico dat we verdwalen of enge bospaadjes over moeten. 


3 mei 2003

Alweer kunnen we buiten ontbijten. Even na tienen gaan we bepakt en gezakt te voet richting Ronda om te beginnen aan een stevige wandeling naar de diepte van het Tajo-ravijn en vervolgens weer een beklimming met een hoogteverschil van 200 mtr naar Ronda. Het is af en toe behoorlijk afzien maar op deze manier zien we Ronda weer van ’n heel andere kant. Eenmaal boven nemen we een korte pauze. Dan gaan we weer verder voor ons gevoel vrij dicht langs de bovenrand van het ravijn en komen weer in bewoond gebied terecht. We lopen eerst langs een slijterij waar we een fles wijn kopen die in Ronda is gebotteld, doen nog wat boodschappen en na een korte pauze op een terras gaan we weer richting camping. Daar blijkt de luifel het alweer begeven te hebben door de stevige wind die al de hele dag waait. De luifel wordt afgebroken en tot maandag zullen we het moeten doen met de parasol om toch ’n beetje schaduw te hebben.

4 mei 2003
Vandaag wordt een echte luilakdag. ’s Morgens na het ontbijt wordt eerst de caravan wat gepoetst en dan gaan we buiten zitten met een kop koffie om wat te lezen. Vroeg in de middag gaan we met de auto naar Ronda om te lunchen en voor de laatste keer door het centrum te lopen. Vandaag zijn er weer een groot aantal communicantjes die met de familie door de stad flaneren. Terug op de camping drinken we een glas sangria (zonder vlieg) bij het restaurant waar het afgeladen vol is door 2 communiefeesten. De rest van de dag zijn we gewoon lui en barbequen ’s avonds. Ons verblijf in Ronda zit er weer op. 

5 mei
Even na achten vertrekken we vanuit Ronda richting Almerimar. De eerste 50 km. gaan langzaam omdat we de bergen door moeten en er veel vrachtverkeer op de weg is. Dan passeren we de steden Marbella, Malaga, Fuengirola, Torremolinos etc. (Costa del Sol). Het is hier heel druk en dus schieten we niet echt op. De hele kustlijn is volgebouwd met hoge appartementengebouwen. Nadat we dit achter de rug hebben, komen we weer in wat bergachtig gebied, maar dan lijkt het of we niet de Witte Dorpen-route rond Ronda doen, maar de Witte Plastic-route. Tientallen kilometerslang wordt het landschap ontsierd door plastic tuinbouwkassen, af en toe zelfs tot pal aan de kustlijn. Van een afstand lijkt het wel of er grote plastic tafellakens zijn gebruikt. Vroeg in de middag komen we aan op camping Mar Azul, die ook tussen het plastic ligt. Gelukkig is hiervan op de camping niks te merken. We kiezen ’n plekje vlak bij het strand waar volop wordt gesurfd. De grote camping heeft 800 staanplaatsen plus nog ’n aantal bungalows. Nadat we geïnstalleerd zijn, gaan we op zoek naar een lunchadres. In Almerimar is het siësta, dus het is er bijna uitgestorven. Dan rijden we richting El Ejido en belanden bij een groot winkelcentrum, waar we lunchen en boodschappen doen. Weer terug op de camping lopen we even naar het strand, lezen de krant en dan is het weer tijd voor het avondeten. Er staat aan de kust een harde wind en ’s avonds lijkt ’t meer op storm. Voor de eerste keer tijdens onze vakantie wordt er een DVD-film gekeken. De techniek staat voor niets: met behulp van de laptop, wat kabeltjes en een tv'tje gaat dat uitstekend.

6 mei 2003
De hele nacht heeft ’t nog wat ‘gespookt’. Om 10 uur vertrekken we voor onze dagtocht met droog weer en 17oC in korte broek richting Cabo de Gata. Het landschap is afschuwelijk; tientallen kilometers lang niks anders dan plastic! Wanneer we de provinciehoofdstad Almerĭa binnenrijden begint het verschrikkelijk te hozen. We stappen dus niet uit en rijden verder door naar het nationaal park dat even buiten Almerĭa begint. Het lijkt op het vlakke landschap van het red center in Australië. Er groeit wat gras en hier een daar ’n iets wat op ’n struikje lijkt, ’n soort halfwoestijn. Het enige verschil is dat dit park langs de zee ligt. Onderweg passeren we wat armoedige vissersdorpjes. De zee is erg ruw, windkracht minstens 8, en we proberen daar wat foto’s te maken. Dan gaan we langs een af en toe erg smalle bergweg omhoog naar Cabo de Gata, dat ’n mooi uitzichtpunt is. Er is niks open om koffie te drinken, dus na het maken van ’n paar foto’s rijden we weer terug naar Almerĭa. Daar proberen we de kustweg te vinden om de zoutmeren te bezoeken, maar belanden midden tussen de plastic kassen en zien de zoutmeren nooit. Daar wordt een mens dus echt niet vrolijk van. Omdat het weer niet opklaart en het op gezette tijden blijft regenen, rijden we naar een groot winkelcentrum om te lunchen en vervolgens weer richting camping. 

7 mei 2003
Om kwart voor negen zijn we klaar voor onze trip naar het Alhambra in Granada, een heel groot oud Moors kasteel dat onderdeel is van het werelderfgoed van Unesco. Het is 16oC en het waait nog steeds flink. Volgens de Wereldomroep wordt het vandaag 20oC met af en toe een regenbui. Via Almerĭa rijden we de bergen in, die een vreemde vorm hebben. Vanaf zee gezien lijken het ‘dwarse’ golven. Er groeit heel weinig dus alles ziet er kaal uit. Links liggen uitlopers van de Sierra Nevada en al vlug passeren we een bergtop van 1400 mtr. In de verte zien we bergtoppen die met sneeuw zijn bedekt. In dit gebied schijnen veel cowboyfilms opgenomen te worden en er is zelfs een cowboypretpark. Na ruim 200 km. komen we bij Granada. Het Alhambra wordt nergens aangegeven, maar omdat we weten dat het ergens in het centrum moet liggen, rijden we (denken we) daar naartoe. We komen er achter dat we in het ‘verkeerde’ centrum zitten; een vriendelijke taxichauffeur wijst ons de weg en na nog een half uur komen we eindelijk om half twaalf aan bij het Alhambra. De temperatuur is dan gezakt naar 7oC (Agnes heeft ’n vestje aan maar Fons heeft korte mouwen!). We kopen entreekaartjes en dan blijkt dat we pas om twee uur binnen mogen en van half zes tot zes kunnen we het Palacios Nazaries bezichtigen. Volgens de folder mogen er 3x daags maar een bepaald aantal bezoekers in. Om de tijd te doden wandelen we naar de nabijgelegen wijk Albaicin (smalle straatjes, ‘n leuk plein en leuke winkeltjes waar we ‘echte’ Spaanse castagnetten kopen), drinken een kop koffie en gaan weer richting Alhambra. Om twee uur kunnen we eindelijk binnen, maar dan begint het te regenen (af en toe zelfs stevig). We beginnen bij het Generalife, een erg mooie tuin met o.a. veel rozen en heel dichtbegroeide coniferen die er als echte muren uitzien. Vervolgens lopen we door allerlei overblijfselen van het oorspronkelijke Alhambra. Na  goed 1½ uur hebben we het zo koud en zijn zo nat, dat we besluiten terug te gaan naar de auto en niet te wachten totdat we om half zes in het Palacios Nazaries mogen. In de auto gaat de kachel op hoog (buitentemperatuur 7oC en regen) en rijden we Granada uit weer richting kust. Binnen een halfuur stijgt de temperatuur naar 20oC en schijnt de zon regelmatig. Om vijf uur zijn we terug op de camping. Daar blijkt het niet geregend te hebben, hoewel ’t nog wel waait (misschien waait ’t hier altijd. Passat? Mistral?). We drinken ’n glaasje, eten ’n olijfje en lezen de krant. ’s Avonds gaan we eten in het campingrestaurant. De kwaliteit van het eten valt zwaar tegen. Allebei hebben we garnalen in knoflooksaus besteld, maar de garnalen zijn volkomen smakeloze diepvriesgevallen. De vleesbrochette van Fons is uitgedroogd en te lang gebakken, de schnitzel van Agnes bestaat meer uit paneermeel dan vlees, het beetje groenten dat er bij zit komt uit blik en tot slot is de slappe frites in olie gebakken. We drinken nog koffie en maken dan dat we vlug wegkomen.

 8 mei 2003
’s Morgens regent het en de temperatuur is 16oC, maar de wind is volkomen verdwenen. De zee is zo glad als ’n babykontje en daar kan dus absoluut niet op gesurfd worden. We hoeven dus niet meer te informeren naar eventueel altijd aanwezige wind. Na ’n heel langzaam begin van de dag rijden we naar het nabijgelegen natuurpark waar volgens de folder flamingo’s moeten zitten. In de stromende regen rijden we er door een straat van plastic naartoe en zoals we al verwacht hadden: geen flamingo’s. Het zit ons deze week niet bepaald mee. Dan maar weer naar het winkelcentrum waar we gaan koffiedrinken en boodschappen doen. Terug op de camping schijnt de zon en is het 20oC geworden. We reorganiseren de bagage ’n beetje en dan stelt Fons voor om naar het zwembad te gaan. We hebben de hele vakantie nog niet gezwommen. De badspullen gaan aan en bij het zwembad gaat Fons als eerste in het water, dat ijskoud blijkt te zijn. Agnes waagt zich hier dus niet aan en Fons is binnen ’n paar tellen ook weer op het droge en neemt snel een warme douche. De rest van het dag blijft het weer in ieder geval goed en voor de komende dagen wordt er warmer weer voorspeld. We geloven in ieder geval niet meer iedereen die terugkomt van ’n vakantie in Spanje met de mededeling dat ’t daar altijd goed weer is!

9 mei
Al voor één uur arriveren we na alweer een voorspoedige reis op camping La Marina, zo’n 25 km. zuidelijk van Alicante. Onze eerste indruk van de camping is bijzonder gunstig. Er is een mooi zwembad met allerlei aparte baden, palmbomen, ligstoelen, parasols, zwembadbar etc. Nadat we ons geïnstalleerd hebben, gaan we richting restaurant voor een lunch op het terras dat uitkijkt op het zwembad. Later op de middag gaan we naar het zwembad, nemen een dappere duik in het redelijk koude water en verkennen de zaak ’n beetje. Er is zelfs een echte sportschool die gratis toegankelijk is voor campinggasten. Nadat we zijn opgedroogd, gaan we weer richting caravan om eten te koken. Na het avondeten gaan we op de fiets naar het strand. Dat ziet er goed uit. Je kunt er zelfs ’n heel eind langs het strand lopen. Dat zullen we een van de komende dagen dus beslist doen. Vervolgens fietsen we naar het dorp La Marina, maar daar is niet veel te zien. 

10 mei
Wat we ons voorgenomen hebben, doen we vandaag dus ook: langzaam opstaan en ontbijten, Alicante bezichtigen, paar fotootjes maken, e-mailen (wat niet helemaal lukt, we kunnen geen foto’s als bijlage versturen) boodschappen doen en de rest van de dag niks bijzonders: krantje lezen, boek lezen, barbequen, koffie en ’n glaasje wijn drinken. Het was vandaag een stralend blauwe lucht en 25oC.

11 mei
Het is opnieuw schitterend weer, dus we ontbijten buiten. Dan pakken we het een en ander in en gaan op de fiets naar het strand. We halen ’n record: we blijven een vol uur in de zon liggen bakken op het strand (heel bijzonder voor ons). Dan pakken we de spullen weer bijelkaar en lopen een eind over het strand met de voeten in het water. Op onze eindbestemming aangekomen, wordt er geluncht op ’n heel rustige plek in de duinen en lopen weer terug over het strand. Op de camping aangekomen, gaan we eerst zwemmen om wat af te koelen en dan wordt er weer ’n paar uurtjes geluierd bij de caravan. We beginnen te wennen aan het niksdoen (zal wel aan het weer liggen). Fons tracteert ’s avonds op ‘n etentje ter ere van moederdag.  

12 mei
Het goede weer houdt aan. Na het ontbijt rijden we naar Alicante voor een bezoek aan het Parque El Palmeras, een groot aangelegd park met palmbomen, cactussen, watervallen, bruggetjes, speeltuin etc. Leuk voor de foto’s! Op weg daarnaartoe passeren we verschillende grote zoutmijnen. Dat is weer ‘ns iets heel anders dan het plastic van vorige week. Vanaf het park gaan we richting Elche, waar we lunchen en boodschappen doen bij Carrefour. De auto wordt zelfs gewassen. Om de weg richting camping terug te vinden rijden we behoorlijk verkeerd, maar uiteindelijk lukt het toch en aan het eind van de middag zijn we weer op ons stekkie. Na enkele uurtjes luieren en héééél langzaam wat inpakken gaan we vervolgens voor de tigste keer barbequen. Het kwik is vandaag tot ca 26oC gestegen, maar we komen er steeds meer achter dat wij niet echt geschapen zijn voor die hoge temperaturen en felle zon. Een frisse berglucht zou zeer welkom zijn!

13 mei
Even na achten zijn we startklaar voor de reis naar Alcossebre. Het is erg druk op de weg met vrachtverkeer maar we schieten goed op en vroeg in de middag zijn we op camping Playa Tropicana. Na even de zaak op orde gemaakt te hebben, verkennen we de camping (ziet er opnieuw goed uit en ligt direct aan het strand), drinken ’n glaasje in het restaurant en nemen een pizza mee naar huis. ’s Middags fietsen we naar het stadje om daar de zaak eens te bekijken. Er zijn behoorlijk wat restaurants en terrasjes, maar alles is nog in diepe rust gedompeld voor de siësta, dus daar valt niks te beleven. De rest van de dag luieren we wat, eten en computeren. De temperatuur was vandaag weer zo’n 26oC en hoewel er later op de middag wat wolken kwamen aandrijven, waren ze ook weer zo verdwenen en bleef het tot ’s avonds laat behoorlijk warm. Wel zijn er veel kleine mugjes dus gaan we in de caravan zitten met alle horren omlaag.

14 mei
We gaan te voet over het strand naar Alcossebre op zo’n 5 km. afstand. Het strand bestaat deels uit grote kiezelstenen en er is moeilijk op te lopen. Een ander deel van de kust bestaat uit rotsen van ongeveer 10 mtr hoog met daaronder kleine “grotten”, waar we wat foto’s kunnen maken. We passeren ook ’n paar kleine zandstrandjes van ongeveer 100 mtr. lengte. Het dorp zelf bestaat grotendeels uit restaurantjes en in aanbouw zijnde apppartementsgebouwen. We drinken koffie op’n terras aan zee, doen ’n paar boodschappen, maken ’n afspraak bij de kapper, drinken weer koffie en gaan op huis aan. Na de tapaslunch op de camping zijn we klaar voor een wandeling van ’n paar kilometer over het strand naar Cabo y Corb, waar overal verkeersborden naartoe wijzen als bezienswaardigheid. Het strandwandelen lukt niet door de metershoge wal van grote kiezelsteen, dus lopen we maar over de weg. We blijken echt naar the end of the world te gaan, de begroeiing wordt dichter en gevarieerder, de bebouwing wordt steeds minder. We passeren de Cabo y Corb (een toren), een  overblijfsel uit de 15e eeuw, grote agaves, ’n paar artisjokvelden (nu weten we ook hoe die dingen groeien), de stokoude San Antoniokerk en een grote discotheek (tactisch neergezet, want er is in de wijde omgeving verder niks te bekennen). Terug op de camping drinken we ’n glaasje met de Engelse overburen, die al een jaar onderweg zijn met hun camper, wisselen reiservaringen uit en dan is het alweer tijd voor het avondeten. Het weer was vandaag beduidend minder dan de voorgaande dagen, 20oC en bewolkt. Warm genoeg om buiten te kunnen zitten, hoewel de muggen verrekte lastig zijn.

15 mei
Het regent zachtjes vanaf ’s ochtends vroeg tot vroeg in de middag maar het wordt toch nog 20oC. Ons uitstapje naar het papegaaienpark stellen we uit en we rijden via Peñiscola naar Benicarló om boodschappen te doen. Dit zijn 2 grotere steden en het is daar net als aan de rest van de costas compleet volgebouwd. Wel is er een heel lange boulevard met restaurantjes en winkeltjes. Het is te nat om de zaak daar te gaan bekijken dus rijden we weer terug naar de camping om te lunchen. Vervolgens krijgt de caravan een stevige wasbeurt. De rest van de dag doen we niks bijzonders omdat het weer niet echt grandioos is. Morgen zien we wel weer.

16 mei
Tot halverwege de middag blijft het droog, halfbewolkt en de temperatuur is 22oC. Om half elf hebben we een afspraak bij kapsalon Conny in Alcossebre. We kunnen immers ons haar geen 3 maanden laten groeien, want dan zien we eruit als ’n stel overjarige tieners. Er loopt ’n ondeugende puppy rond van 5 weken oud en die houdt ons lekker bezig. Dan rijden we naar de provinciehoofdstad Castellon, bekijken het centrum, lunchen en (proberen) te e-mailen. E-mailtjes verzenden lukt wel maar ontvangen e-mails openen gaat fout. Halverwege de middag begint het te regenen en daalt de temperatuur ’n paar graden. Onderweg hebben we borden gezien van de Mediamarkt, dus die wil Fons natuurlijk met ’n bezoek vereren om te kijken wat ze daar verkopen en tegen welke prijs. Jammer dat ie niks meer nodig heeft op dat gebied. Dan gaan we weer op huis aan om de dag verder met (bijna) niksdoen af te sluiten. ’s Avonds valt er nog een fikse bui regen met af en toe een donderklap.

17 mei
Bij het opstaan staat de zon al hoog aan de hemel. Vandaag gaan we naar Benicarló naar een papagaaienpark. Waneer we daar om half elf aankomen, is de zaak nog gesloten. Het park gaat pas om elf uur open. Het parkeerterrein kan niet meer dan zo’n 50 auto’s kwijt en zo te zien is het park niet veel groter dan ’n flinke postzegel. Vermoedelijk is het niet wat we ervan verwacht hadden en we besluiten terug te gaan naar Alcossebre om daar een flinke wandeling te maken door het natuurpark aan de andere kant van het dorp. Daar blijkt het dorp veel levendiger te zijn met o.a. een mooie boulevard en een paar grote zandstranden. Er is een wandeling door het park uitgezet met duidelijke richtingaanwijzers (voor de 1e keer sinds we in Spanje zijn). Het pad voert ons dicht langs de kust via een droge rivierbedding naar een uitzichtpunt en door de bush weer terug naar het startpunt. Er is een heel mooie gevariëerde vrij lage begroeiing, er zijn veel helblauwe vlinders (merk onbekend), echter het pad is niet zo goed begaanbaar. Er zijn veel grote kiezelstenen en rotsblokken op de weg en dus duidelijk niet geschikt voor mensen die slecht ter been zijn. Na terugkomst op de camping verrichten we enkele voorbereidende werkzaamheden voor ons vertrek van morgen, drinken een glaasje met een Brabantse buurman, eten verse nasi (op z’n Tilburgs gemaakt, met Spaanse ingrediënten) en doen de onvermijdelijke afwas. Het was vandaag zonnig en 26oC. ’s Avonds koelt het nog behoorlijk af (of het voelt zo omdat wij de hele dag in de zon zijn geweest).

18 mei
Vandaag gaat de tocht naar Blanes. Tot Barcelona is het heel rustig op de weg. Dan wordt het behoorlijk druk en rijden we ’n ietsiepietsie verkeerd, maar dat komt allemaal weer goed. Volgens Fons ligt dat niet aan ons maar aan de bewegwijzering in Barcelona. Onderweg betalen we “iedere scheet” een beetje tot veel tolgeld voor wat kloterige stukjes asfalt (variërend van € 0,42 tot € 4,52).  Om half een zijn we op Camping Blanes (200 standplaatsen), die binnen de bebouwing ligt aan de rand van de stad, pal aan zee. Nadat we zijn uitgepakt, lopen we via de boulevard naar het centrum (± 2 km.) om te lunchen. Het ziet er hier erg “toeristisch”  uit, ’n soort Valkenburg aan Zee, veel Hollanders uiteraard, Frieten van Pieten, Annie’s Feestpaleis, Kroketten met Brood en nog meer van dat soort bezienswaardigheden. ’t Ziet er toch wel leuk uit na de “bezadigde” dagen die we achter de rug hebben. Terug op de camping is ’t tijd voor ’n dutje, douchje en dan ’n dinertje, dus gaan we weer de stad in. Bij een oerhollands steakhouse met Nederlandse bediening krijgen we voor oerhollandse prijzen (à la Heuvel Tilburg) ’n lekker menuutje voorgeschoteld.

19 mei
Het weer ziet er weer goed uit. Eerst bezoeken we de weekmarkt in het oude deel van Blanes, die gehouden wordt langs de haven en wel zo’n 1,5 km. lang is. Er worden veel kleding, schoenen, sieraden en tassen verkocht, allemaal hetzelfde spul en niet echt interessant voor ons. Daarna rijden we naar Malgrat de Mar en vervolgens naar Canet de Mar om een campingzaak te bezoeken waar we reparatiespullen hopen te kunnen kopen voor de luifel. Dat blijft dus bij hopen, want ’t lukt dus niet. Wel kopen we wat klemmetjes waarmee het frame iets beter kan worden vastgezet. Terug in Blanes doen we de noodzakelijke boodschappen en lunchen bij Burger King. Agnes houdt ’t vandaag voor gezien en zakt op een stoel neer. Fons heeft dan nog puf over om op de fiets de oude dorpskern te gaan verkennen. Hij bekijkt de oude straatjes, de visafslag en haven. We passen het vakantieschema ’n beetje aan en dan wordt de barbecue tevoorschijn gehaald. Omdat het ’s middags stevig is gaan waaien, wordt de barbecue niet goed heet en Fons komt op het lumineuze idee om het apparaat in de caravan te zetten (waar Agnes dus absoluut niet blij mee is omdat ’t hartstikke gevaarlijk is). Nu gaat het bakken wel goed, maar na ’n poosje wordt ’t toch te warm onder de keukenkastjes en gaat ie weer naar buiten. Al met al is het geen succes en vullen we onze magen maar met salade, stokbrood, pesto, olijven en wat dies meer zij. Na de afwas lopen we nog ’n stukje over de boulevard en door het centrum.  

20 mei
Om even na negen vertrekken we met de trein van Blanes naar Barcelona (± 75 km.) voor ’t luttele bedrag van € 6,90 retour. Na een tocht van 1,5 uur pal langs de kust komen we aan in Barcelona, waar we eerst ’n paar koppen koffie drinken. Al direct hebben we het gevoel dat dit een prettige stad is, heel ruim opgezet, heel erg druk én de stad van Gaudi. We dwalen enkele uren door het zeer levendige centrum, bezichtigen o.a. de kathedraal, de haven en ’n heleboel meer. Na een uitgebreide late lunch gaan we shoppen in El Cortes del Ingles, ’n soort Spaanse Bijenkorf. Dan hebben onze voetjes voldoende beweging gehad en gaan we weer richting station. Barcelona is ’n stad die we nog wel ‘ns ’n keer willen bezoeken. In de trein is het erg druk en dus hebben we het eerste deel geen zitplaats. Na ‘t avondeten lopen we nog even naar Camping La Masia, waar we in eerste instantie naartoe hadden willen gaan. We komen er al snel achter dat onze keuze voor Camping Blanes niet verkeerd is geweest. La Masia heeft zo’n 800 staanplaatsen waarvan het grootste deel vaste plaatsen, met veel bloembakken, tuinhekjes, namaakgras en dus niet geschikt voor ons. 

21 mei
Na het ontbijt wordt de wekelijkse kleine schoonmaaktbeurt van de caravan gedaan. Tijdens onze laatste dag in Blanes bezoeken we het nabijgelegen Lloret de Mar, dat qua uiterlijk veel weg heeft van Blanes, alleen het strand is veel kleiner. Na ’n stukje gelopen te hebben, houden we het al snel voor gezien en rijden het stadje uit. We nemen de verkeerde afslag en rijden daardoor westwaarts in plaats van zuidelijk. Hierdoor zien we ’n heel ander stuk van het land dan langs de kust. Het is meteen wat heuvelachtiger en in de verte zijn er bergen zichtbaar. Na een stuk te hebben doorgereden, keren we toch maar om, want we hebben geen wegenkaart bij ons en lopen het risico dat we veel te ver afdwalen. Terug in Blanes stappen we uit de auto om het oude stadsdeel te gaan bekijken. Dan horen we “Fons” roepen en zien een ex-collega en z’n vrouw voor onze neus staan. Dat wordt dus uiteraard samen ’n terrasje pikken, vakantie-ervaringen uitwisselen en nakaarten over KPN. De wereld blijkt toch elke keer weer klein te zijn. Later lopen we richting haven, eten ’n pizza (zelfs Fons lust die sinds kort) en gaan terug
naar de camping om wat voorbereidingen te treffen voor ons vertrek van morgen. Vervolgens gaan we weer terug naar het oude centrum (de winkels waren nl in verband met de voor Spanjaarden broodnodige siësta dicht tot 5 uur) en verkennen de zaak daar nog wat. Op ’n pleintje wordt een feest gehouden, enkele in avondkleding gestoken oudere dames worden met bloemen gehuldigd en een jubilerend zangkoor geeft ’n optreden. Dit is niet onze style dus zijn we zo weer vertrokken. Op de terugweg kopen we nog ’n krant en wat brood en weer op de camping beland eten we lekkere tapas. We zijn weer helemaal reisvaardig voor de rit naar Serignan Plage.  

22 mei 2003
Vandaag rijden we richting Frankrijk. Hoewel het eerste uur erg druk is op de weg, schieten we toch goed op en om even na twaalven zijn we op camping Sérignan Plage in het gebied Roussillon Languedoc, dichtbij Cap d’Agde en Béziers aan de Middellandse Zee. We vinden een plekje op zo’n 20 meter van het strand en de camping ziet er goed uit, wel erg groot, ongeveer 800 staanplaatsen, maar het is nog geen hoogseizoen en dus nog lekker rustig. De 1,5 km. lange toegangsweg naar de camping is erg slecht, bezaaid met grote gaten. Nadat Fons opnieuw de luifel heeft opgezet en de rest is geïnstalleerd, gaan we zwemmen en een poosje zonnebaden (Fons in de zon en Agnes in de schaduw van een boom). De aanwezige zwemliefhebbers bestaan voor 20% uit 50-plussers, 25% zwangere dames, 25% aanstaande vaders en 30% kleine kinderen. Interessant om te bekijken. Nadat we weer ’n beetje roder zijn geworden, lopen we terug naar de caravan om nog wat bij te komen van de reis, drinken ’n glaasje, maken plannen voor uitstapjes in de komende dagen, doen ’n tukje en dan is het weer tijd voor het avondeten en de afwas. ’s Avonds gaan we nog even naar de disco waar het campingpersoneel en een aantal vaste campinggasten hun danskunsten vertonen. Vervolgens zitten we nog een hele poos buiten (met de laptop op schoot). Het is vandaag 29oC geweest, erg zonnig en ’s middags stond er een stevige bries. Tot ’s avonds laat is het heerlijk vertoeven buiten. Zo warm is het tot nu toe niet geweest. En nu het belangrijkste……………. de luifel staat nog steeds.

23 mei
In verband met de warmte staan we al vroeg op om aan ons uitstapje willen beginnen. Om half 10 rijden we richting Cap d’Agde en het is dan al 23oC. We parkeren dicht bij de Port de Cap d’Agde, lopen een meter of 50 en dan slaat ’t noodlot toe: Fons bestudeert tijdens het lopen de stadsplattegrond, struikelt en maakt ’n knappe salto gestrekt voorover. Zijn rechter onderarm is flink afgeschaafd en neemt in omvang aardig toe en z’n knie raakt ontveld. Op aandringen van Fons besluiten we ons bezoek aan deze havenstad toch voort te zetten. In de haven liggen honderden plezierjachten, daar pal langs is een grote boulevard met tientallen restaurantjes, winkeltjes etc. ’n Gezellige plek om te vertoeven. Dan lopen we naar het oude deel van de stad waar de rotsen zijn, allerlei mooie begroeiing en zwarte stranden. Hoewel dit op slechts 10 minuten lopen van het centrum ligt, is het hier heel rustig. Dan is het weer tijd om onze tocht voort te zetten. We gaan de stad Béziers bezoeken. Het is een erg oude stad en in het centrum wordt er een kunst- en hobbymarkt gehouden. Halverwege de middag gaan we terug naar de camping want het is erg warm en Fons heeft behoorlijk last van zijn gebutste ledematen en z’n enkel is ook behoorlijk pijn gaan doen. Dan volgen weer de gebruikelijke bezigheden zoals krantje lezen, glaasje drinken, de wekelijkse was, barbecuen, afwassen en is het inmiddels bijna donker geworden. Fons gaat kijken wat er in de kroeg te beleven valt en Agnes werkt het dagboek bij en zet de foto’s op de laptop. Het kwik stond vandaag op 29oC, de lucht was wolkenloos en er stond geen zuchtje wind. Het geplande zwembadbezoek hebben we voor vandaag maar afgelast omdat het waarschijnlijk niet goed is om in de chloor te liggen met een beschadigd lijf. 

Zaterdag 24 mei
De luifel staat nog steeds ondanks ’n stevige bries en de bewolking die er is als we wakker worden. We ontbijten in de caravan want het is best frisjes, de afritsbroeken gaan aan, die kunnen immers altijd nog ingekort worden. Net voor Sète zien we de fabrieken van het wijnmerk Listel liggen. Weten we dat ook weer. Later blijkt in de supermarkt dat er ook rode wijn is van Listel, die we uiteraard ook proberen. Listel verkoopt in Nederland alleen een prima flesje rosé. Via de stad Sète, een heel ongestructueerde grote stad, een puinhoop zogezegd, rijden we naar Montpellier. Onderweg ziet Fons ’n paar honderd flamingo’s, Agnes ziet alleen wegdek en aangezien er niet gestopt kan worden, kan ze die flamingo’s niet bewonderen. Na in Montpellier wat nauwe straatjes doorkruisd te hebben, vinden we ’n plekje in een parkeergarage. Wanneer we de uitgang uitlopen, belanden we midden op een markt waar geen blanken te vinden zijn, de hele wereld is er
vertegenwoordigd, behalve blanke Europeanen. Eenmaal die plek afgelopen, komen we in wat “beschaafder” gebied en nog wat verder ziet het echte stadscentrum er heel gezellig uit. Op een plein wordt een grote boekenmarkt gehouden en er zijn heel mooie oude gebouwen. Blij dat er in een nieuw groot winkelcentrum een bufffetrestaurant is (zodat we geen Frans hoeven te praten) stapelen we wat kaas, tonijn en broodjes op een bord. Bij de kassa blijkt dat dat spul niet óp ’n bord mag, maar erlangs moet. De grote lege borden zijn bedoeld voor een warme maaltijd die je krijgt na inlevering van je kassabon. Voor de koffie krijgen we ’n jeton die bij de automaat gebruikt kan worden. Volgens ons ’n moeilijk systeem. Als we dat allemaal achter de rug hebben rijden we weer richting Sète. Onderweg passeren we in ‘n natuurgebied een groot aantal flamingo’s, hoera! We krijgen helaas de kans niet om foto’s te maken. Er zitten ’n aantal ongeduldige Fransen achter ons aan. In Sète worden we via allerlei omwegen door de stad geleid en komen we langs een oude treinremise, waar honderden meterslange afgedankte, uitgeleefde en kapotte treinstellen staan. Hoeven die niet gerecycled te worden of zoiets? Het is in ieder geval geen gezicht, dus nemen we er ’n paar mooie foto’s van. De tocht gaat weer verder naar Sérignan, waar weinig te zien is en naar Valras-Plage, dat er leuk uitziet. ’n Geschikte plek om morgen te gaan eten. Sérignan-Plage is helemaal de moeite van ’t vermelden niet waard. Grofweg verteld: 1 restaurant, 1 buurtsuper, 1 bakker en een aantal leegstaande hotels. Misschien is ’t hier in het hoogseizoen wat drukker, maar nu valt er in ieder geval niets te beleven. Onze dagtocht zit er weer op en eenmaal in de caravan eten we wat olijven en drinken ’n glaasje wijn (en iets anders) en na wat praten hebben we allebei het gevoel dat we na 2 glazen de wereld voor een doedelzak beginnen te zien. Zal de vermoeidheid van het autorijden wel zijn. De TV wordt tevoorschijn gehaald omdat Agnes het Songfestival graag wil zien, maar die truc mislukt hopeloos.  Frankrijk heeft ’n ander TV-systeem (Secam ipv PAL) en er komt geen fatsoenlijke zender op het beeld. Dan maar niet! ’s Avonds begint het stevig te waaien en waar we al voor vreesden: na verloop van tijd neemt de luifel zijn plaats op de grond weer in. Truc alweer mislukt. De zaak wordt weer vlug ingepakt, tuinstoelen, wasrek etc. worden in de auto gestald om wegwaaien te voorkomen. Ook aan de Côte d’Azur is ’t niet altijd feest! De fysieke gesteldheid van Fons is stukken beter, z’n arm is nog wel dik maar doet niet meer echt pijn en om z’n enkel te ontzien heeft ie vandaag de hele dag stevige wandelschoenen gedragen. Al met al schijnt ’t blessureleed allemaal nogal mee te vallen. Agnes waarschuwt continu voor op- en afstapjes, geen handen in de zakken etc.

25 mei
De hele nacht en tot laat in de middag regent het met tussenpozen en het wordt niet warmer dan 17oC. We doen dus maar “piano-an” (of zoiets), lang ontbijten, laat douchen, koffiedrinken, krantje lezen, computeren etc. Halverwege de middag rijden we naar Sérignan. Daar is alles uitgestorven, we zijn dus snel terug op de camping. ’s Avonds gaan we uit eten in Valras-Plage. De winkels zijn daar nog open en ’t is er gezellig druk. Langs de boulevard vinden we ’n uitstekend restaurant met schappelijke prijzen hoewel 'n cognacje bij de koffie € 7,50 kost!

26 mei
Vanaf middernacht tot het begin van de middag komt de regen met bakken naar beneden en het waait stevig. Op de camping staan de nodige plekken blank, maar bij ons valt dat reuze mee. Omdat we toch iets willen doen, gaan we naar de hypermarché. Wij zijn niet de enigen op dit “toeristische uitje”, de enorme parkeerplaats is afgeladen vol en in de winkel doet iedereen hetzelfde als wij: alle winkelpaden doorlopen en uiteraard wat onzinnige dingen kopen. Weer terug op de camping lunchen we en omdat ’t dan al een uurtje droog is, worden snel de mat, stoelen en tafels gepoetst en in de auto opgeborgen. Daar hebben we later in ieder geval geen last meer van. We lopen nog ’n stukje over het strand en langs de speeltuin en maken wat foto’s, want dat was er hier nog niet van gekomen. In de supermarkt hebben we gebak gekocht, aumonières, crèpes die als zakje om ’n stukje taart gebonden zijn (een Franse specialiteit?!). Later in de middag klaart ’t weer nog wat op, de zon schijnt af en toe en ’t wordt toch nog 19oC. We bereiden ons voor op de rit van morgen naar Vaison la Romaine.

27 mei
Wanneer we ‘s morgens willen vertrekken, krijgen we de caravan niet van z’n plek, er is een groot gat gekomen onder de wielen als gevolg van de regen. Na enige tijd komt er ’n behulpzame Duitser die de caravan mee naar de weg duwt. Het is erg druk op de weg met vrachtverkeer, maar voor de zoveelste keer schieten we goed op en zijn om half 12 in Vaison la Romaine bij camping Du Theatre Romain die vlak bij het stadje ligt. We doen de eigenaar de groeten van mijn broer Stan (A oui, Jansen, le grand fanatique pédaleur!), hij kreunt en steunt, maar kan desondanks geen vrij plekje voor ons gevonden krijgen. De hele camping zit vol. Da’s pas pech! Na duizend excuses van de campingeigenaar vertrekken we naar de veel grotere camping Carpe Diem en daar is nog plaats in overvloed. Op de camping is op dit tijdstip geen lunch te krijgen. Dus gaan we naar het dorp Vaison. Ook hier heeft men in de restaurants praktisch alleen complete warme maaltijden maar daar zijn we nog steeds niet voor in. Uiteindelijk vinden we ’n terrasje waar ze croque monsieurs en panini’s verkopen. Dan brengen we nog ’n bezoek aan het toeristenbureau om ons helemaal op de hoogte te stellen van hetgeen zich in de omgeving afspeelt en gaan we weer op huis aan. 

28 mei
’s Morgens gaan we op de fiets naar de stad om die vervolgens te voet te gaan verkennen. We starten bij de oude Romeinse Brug en klimmen door de smalle straatjes van La Médievale, de middeleeuwse stad, naar het hooggelegen chateau en houden een pitstop voor koffie op een gezellig Frans terrasje. We steken de brug weer over en lopen via het winkelgebied en de opgravingen bij het Théatre Antique naar de Cave la Romaine. Daar informeren we naar de prijzen van de wijnen uit de streek (o.a. Cote du Rhone en Cote du Ventoux) en besluiten in de loop van de week terug te gaan om wat in te slaan. De wandeling gaat verder via het sportcentrum naar de Chapelle Saint Quenin waarnaast een Toro-circus zijn tenten heeft opgezet. Daarvan hadden we al affiches gezien in de stad en waren van plan daar te gaan kijken, maar het blijkt een soort stierengevecht te zijn en dat willen we dus niet zien. ’n Stukje verder is de oude Cathedrale en nog een opgraving. Er wordt nog wat rondgelopen in het centrum en dan is het hoog tijd voor de lunch op de Place Montfort. Per fiets nog even naar de supermarkt en dan snel terug naar de camping. Het is bloedheet en we gaan meteen naar het zwembad om af te koelen. Fons zet de luifel nog ’n keer op want het is veel te warm om continu in de zon te zitten. Hij gebruikt hierbij ’n extra aluminium stok van de TV-antenne en vermoedelijk (hopelijk) blijft ie nu staan totdat we weer vertrekken (never ending story). Het was vandaag 30oC (en veel te heet naar onze zin).

29 mei
Vandaag is de bestemming Mont Ventoux, jawel Stan, we zijn op jóuw prachtige berg geweest, wij met de auto vergezeld door tientallen mensen die zich allemaal in ’t zweet fietsten. We zagen wel dat ’t enorm zwaar was. De temperatuur zakt geleidelijk naar 17oC. Omdat er wegwerkzaamheden gaande zijn, kunnen we maar tot 1432 mtr. hoogte komen. Voor ons en voor veel fietsers is het ’n teleurstelling dat we niet door kunnen naar de top. We moeten weer terug naar het startpunt beneden in ’t dorp en vervolgen onze weg door the middle of nowhere, héél smalle bruggetjes en weggetjes, naar Chateau Neuf du Pape, hét ‘goede’ wijngebied, zo ver je kunt kijken allemaal wijngaarden en bijbehorende chateaux, waarvan één met ‘n 2-Michelinsterren-restaurant. Even buiten het dorp ontdekken we een oude stierenvechtersarena. De rit gaat verder door de bush en uiteindelijk belanden we weer in Vaison la Romaine. We gaan meteen door naar het zwembad om verkoeling te zoeken, want opnieuw is ’t kwik gestegen tot 30oC. De insecten bij het zwembad zijn verdomde lastig dus gaan we weer naar de caravan om de hitte verder te verwerken. Na ’t avondeten fietsen we nog even naar de stad voor ’n kop koffie want onze kan water is bijna op en moeten we morgenvroeg bij het ontbijt al aan de sterke drank!  

30 mei
Het is om 10 uur alweer 24oC als we via kilometerslange wijngaarden naar Orange rijden. In deze stad liggen de roots van ons koningshuis. Wij bezichtigen het Parc Colline Saint-Eutrope, waarin o.a. de laatste resten te vinden zijn (brede diepe put) van het kasteel van de Oranjes en nog wat andere opgravingen. Er moet nog ’n boom staan die door Prinses Juliana is geplant. Agnes vraagt in haar beste Frans bij het koffiehuisje waar die boom staat,  maar desondanks vinden we ‘m niet. Het park is erg groot maar slecht (met de Franse slag) onderhouden. Vanaf boven in het park hebben we ook ’n goed zicht op het Antique Theatre, dat nog steeds als openluchttheater in gebruik is en 3000 mensen kan herbergen. Het centrum van de stad is gezellig met smalle straatjes, pleintjes, standbeelden en winkeltjes. Bij de Caves de Vaison slaan we, na ’n kleine proeverij, de nodige wijntjes in. Morgen gaan we terug voor ’n rondleiding. Dan nog wat boodschappen, tanken en snel terug naar de camping. Het is opnieuw flink heet, 30oC, en dus geen temperatuur om de rest van de dag nog iets te ondernemen.

31 mei
We zijn al vroeg bij de Caves de Vaison voor een rondleiding, wijnproeverij en tombola. Er is echter nog weinig activiteit te bekennen, de kraampjes worden nog opgezet. Volgens de folder zou de rondleiding om 10.30 u. beginnen maar nu schijnt dat om 11 uur te zijn. We fietsen dus nog even de stad in voor een kop koffie en zijn dan net op tijd terug voor de rondleiding. Fons probeert eerst z’n geluk nog gauw bij het ringwerpen om ’n fles wijn te winnen maar dat mislukt (op ’n haar na volgens hem). In de wijnkelders is het heerlijk koel maar van de Franse tekst en uitleg begrijpen we nog niet de helft. Het ziet er wel indrukwekkend uit, ’n beetje als ’n bierbrouwerij. Ruim na twaalven is de rondleiding afgelopen en blijkt dat we (helaas) geen prijs hebben gewonnen bij de tombola. We doen nog even mee aan de wijnproeverij en komen er al vlug achter dat de wijn die we gisteren in ’n vaatje van 5 liter hebben gekocht toch ’t lekkerste smaakt. We fietsen weer terug nog de camping, bakken ’n pizza in de oven die jammerlijk mislukt en gaan even zwemmen om af te koelen. ’s Avonds wordt de barbecue weer van stal gehaald en tot ’s avonds laat blijft het erg benauwd weer. Vandaag hebben we bitter weinig uitgespookt, het was weer veel te heet, 32oC.

1 juni
Om half tien vertrekken we met 24oC op de thermometer voor een rondrit door een gedeelte van de Provence en wel het noordelijke deel van de Lubéron. Zelfs Agnes begint de airco in de auto te waarderen. Via schitterend bergachtig gebied over een slingerweg, die geen rechte stukken heeft van meer dan 20 meter, rijden we naar Roussillon om de okerbergen te bezichtigen. Daarna vervolgen we de rit naar Gordes, dat schitterend gelegen is tegen een berghelling. Het is er zo druk met toeristen dat er geen parkeerplaats te vinden is, dus rijden we ’n rondje door het dorp en gaan naar het nabijgelegen Le village Des Bories, dat bij de gemeente Gordes hoort. Het dorp is enkel te bereiken via een heel smalle weg met aan beide zijden gestapelde muren. Dit is een verzameling ronde huizen die dateren uit de 14e tot 19e eeuw en gebouwd zijn van gestapelde stenen en waarbij geen bindmiddel als bv. cement is gebruikt. Vervolgens gaat de trip naar het Lavendelmuseum in Coustellet. De lavendel achter het museum begint al ’n beetje te bloeien en het ruikt er heerlijk. Ons volgende doel is Fontaine de Vaucluse, waar de rivier La Sorgue met geweld ontspringt. Hier hetzelfde probleem: geen parkeerplaats te vinden, dus rijden we maar verder naar Isle-sur-la-Sorque, ook wel het Venetië van de Provence genoemd. Daar lopen we wat rond en bewonderen het grote waterrad, terwijl wat overmoedige jeugd vanaf de daken in het water springt. Langs het water is het heerlijk koel. De temperatuur is vandaag opnieuw 32oC. Voor vandaag is het weer welletjes geweest en via Carpentras rijden we weer naar de camping. ’s Avonds gaan we in Vaison eten en om 21.30 uur staat het kwik nog steeds op 24oC.

2 juni
Vandaag is weer het poets- en wasdag. Hoewel….., om elf uur is alles weer aan kant en fietsen we naar Vaison om boodschappen te doen. Weer terug op de camping maken we ’n heel grote bak fruitsalade die als lunch wordt gebruikt. Dan nog even zwemmen en de rest van de dag wordt in gepaste luiheid doorgebracht. Het was vandaag alweer 32oC. Gelukkig koelt het ’s avonds wel iets af.

3 juni
Via de achteruitgang van de camping gaan we te voet langs een kleine wijngaard naar Vaison. Daar wordt de wekelijkse markt gehouden, de grootste in de regio. Dat ie groot is, klopt wel, ieder straatje en pleintje van het centrum is omgetoverd in een kilometerslange markt. Er zijn duidelijk thema’s bijelkaar geplaatst, kleding, tafellinnen, potterie, sieraden, olijven, heel veel soorten zeep (en essences en andere artikelen) op basis van verschillende kruiden o.a. lavendel en tijm en natuurlijk groenten en fruit. Een kleur- en vooral geurrijk geheel! Voorall een pastamachine die fusili maakt wekt onze aandacht. Uiteraard kopen we wat spulletjes uit de streek zoals olijven, lavendelblaadjes en –essence en ’n lap naturel getinte provençaalse stof voor placemats. De kant en klare placemats zijn ietsje te druk getint naar onze smaak. We pikken ’n terrasje voor ’n pichetje rosé en luisteren en kijken naar ’n buikspreker die een heel leuke act ten beste geeft. Dan koopt Fons nog ’n gebraden kippetje voor de lunch en gaan we weer te voet huiswaarts. Opnieuw brengen we de rest van de dag in de schaduw door met lezen. Agnes oppert ’t plan om een regendans uit te voeren, maar dat gaat toch net iets te ver. Het is 30oC en verschrikkelijk benauwd. Later in de middag wordt ’t wat bewolkt en waait ‘t ’n ietsiepietsie maar zelfs die wind voelt alsof ie gebakken wordt op onze huid. De wolken en wind verdwijnen weer en ’t is de rest van de dag opnieuw windstil.

4 juni
We vertrekken met een temperatuur van 24oC naar Avignon. Fons blijkt het beroemde liedje “Sur le Pont d’Avignon” niet te kennen. Na wat gezoek vinden we ’n parkeergarage en staan meteen vlak bij de beroemde brug. Avignon is een gezellig stadje met veel winkelstraatjes en natuurlijk het Palais des Papes, dat aan een groot plein gelegen is en omringd door oude gebouwen en gezellige terrasjes. Even na twaalven gaan de winkels echter een voor een dicht voor de middagpauze; dat blijft ’n lastige gewoonte van de Fransen. Na ’n tijd door de stad te hebben gedwaald rijden we via Bédarrides, Sarrians en Beaumes-de-Venise naar de Dentelles de Montmirail. ’n Schitterende rustige route door heuvelachtig gebied met veel bomen, bloemen, wijn- en kersenboomgaarden. De Dentelles de Montmirail is ’n vreemdsoortig gevormd berggebied waar we uitstappen voor ’n kleine klauterpartij naar ’n watervalletje (niet 't "kraantje"op de foto) waar wat kinderen aan ’t pootjebaden zijn. Het is er lekker koel en er worden wat foto’s gemaakt. Vervolgens rijden we weer naar Vaison waar nog ’n vaatje wijn wordt ingeslagen en de dagelijkse boodschappen worden gedaan. De luifel (die het dit keer, mede door de windstilte, 9 dagen heeft uitgehouden) wordt afgebroken want morgen vertrekken we naar Aubenas in de Ardèche. ’s Avonds gaan we op de fiets in Vaison wat eten. Het kwik is vandaag opnieuw op 31oC beland. Poeh, poeh. We hebben ’t in Vaison enorm naar onze zin gehad en willen er beslist nog ‘ns naar terug.

5 juni
Om 9 uur gaan we richting Aubenas. Het is dan al 23oC. Op camping Chareyrasse in Aubenas vinden we een schitterend plekje pal aan de Ardèche, dus ’n magnifiek uitzicht. De caravan wordt geïnstalleerd voor ons verblijf van 9 dagen.’s Middags rijden we naar de stad om het toeristenbureau te bezoeken en jawel: gesloten! Middagpauze! We leren ’t nooit. Dan maar eerst ’n wandelingetje door het centrum (ook hier weer veel restaurantjes), lunchen en boodschappen doen en weer terug naar ’t toeristenbureau. We krijgen ’n hele stapel informatie mee, dus we zullen ons de komende dagen wel vermaken. Direct daarna gaan we weer snel terug naar de camping, want we zwemmen onze broek uit, het is bloedheet en broeierig. Fons gaat even op bed liggen want hij voelt zich niet helemaal lekker, Agnes leest wat en loopt ’n stuk de in ’t water liggende stenen op in de Ardèche. Daar maakt ze kennis met ’n slangetje van ca. 50 cm (volgens Fons ’n paling), wat minivisjes en ‘n brulkikker. Op ’t diepere gedeelte van de rivier wordt door ’n paar mensen gecayakt. Het was vandaag 30oC, de temperatuur zakt ’s avonds nauwelijks en het is volkomen windstil. 

6 juni
Fons heeft een onrustige nacht gehad, koorts, bij tijd en wijle erg rillerig, vermoedelijk ’n beetje griep of ’n teveel aan warmte. ’s Morgens is het nog niet over dus blijft Fons afwisselend de rest van de dag in bed en op ’n luie stoel in de frisse lucht. Agnes fietst naar de stad om te internetten en wat boodschappen te doen. De rest van de dag wordt er geen steek uitgevoerd. Fons houdt z’n eten niet binnen en blijft zich niet lekker voelen. Hopelijk voelt ie zich morgen beter, want dan komen Eric en Karlijn. Het blijft onveranderd tropisch warm, vandaag weer 31oC. Het voelt hier wat broeieriger aan maar dat komt misschien omdat we laag zitten (aan de rivier). In de bergen heb je daar waarschijnlijk toch minder last van.

7 juni
Fons krijgt ’s nachts nog een flinke rilbui, neemt ’n aspirientje en de rest van de nacht is ie afwisselend warm/nat en koud. ’s Morgens denkt ie dat ’t wat beter gaat, maar tijdens het ontbijt gaat ’t weer mis en duikt ie ’t bed maar weer in. Agnes doet wat boodschappen in de stad. ‘s Avonds even na 10 uur arriveren Eric & Karlijn na ’n lange rit van ca. 13 uur. Fons is wat opgeknapt en heeft zich verheugd op nog ’n uurtje gezellig kletsen, maar de koorts slaat weer toe en hij moet dringend naar bed. De tent van Eric & Karlijn wordt opgezet, er wordt nog wat ‘gerommeld’ en dan is het toch echt bedtijd.

8 juni
Fons heeft ’n goede nacht achter de rug maar tijdens ’t ontbijt begint de rillerigheid etc. opnieuw, dus weer naar bed. Agnes brengt orde op zaken in en rond de caravan en Eric & Karlijn gaan met een ligbed de Ardèche op om te zonnen. De rest van de dag wordt doorgebracht met niksdoen. Eric & Karlijn gaan ’s middags in de campingkantine naar de tennisfinale van Roland Garros kijken waar Martin Verkerk in de finale staat. Het is alweer 31oC, zonovergoten en windstil. ’s Avonds onweert ‘t ’n beetje in de verte en vallen er ’n paar druppels maar de grond wordt er zelfs niet nat van. ’s Nachts krijgt Fons weer een koortsaanval.

9 juni
’s Middags lijkt het iets beter te gaan met Fons en rijden we richting Vallon Pont d’Arc. Onderweg wordt ’t steeds bergachtiger en bij de Pont d’Arc ziet ’t er heel leuk uit, wat kleine strandjes, zwemmers, zonners, kanoërs etc. Dan rijden we naar het dorp Vallon om wat te drinken en dan snel terug naar de auto want Fons wordt erg moe. Weer terug op de camping krijgt ie weer ’n koortsaanval en is ie eindelijk bereid mee naar ’n dokter te gaan. Omdat ‘t 2e Pinksterdag is, zijn alle doktersposten gesloten en rijden we door naar het ziekenhuis in Aubenas. Daar wordt ie meteen in bed gelegd en krijgt allerlei onderzoeken. Er worden bloedtests genomen en dan vertelt de arts dat ie voor 1 of 2 dagen in het ziekenhuis moet worden opgenomen.


10 t/m 18 juni 
Deze periode wordt in het ziekenhuis doorgebracht. Na 5 dagen gaat Agnes aan een verpleger vragen of het goed is dat hij een bad of douche neemt (Agnes heeft bij voorbaat al ’n badlaken, badschuim etc. meegenomen) en jawel: het mag! We hebben afgelopen week nog niet gezien dat er iemand gebruikmaakte van de enige badkamer op de hele afdeling. De Fransen wassen zich blijkbaar zelfs met de Franse slag! Wij duiken dus samen de badkamer in en laten het bad vollopen. Fons geniet met volle teugen. Aan de wasbak heeft Agnes deze week al 2x z’n haar gewassen, maar een bad is natuurlijk wel erg luxueus.

Aangezien het ‘s zondags vaderdag is krijgt Fons een ‘prachtige’ plastic rode roos (een echte had geen uur geleefd met deze temperaturen) en een vrolijke knuffel (thuis omgedoopt tot "Aubje") om het humeur wat op te krikken. De geschenken worden in dankbaarheid aanvaard. 

De terugreis blijft ’n onzeker geheel: een zieke kerel in de auto en een sleurhut achter de auto. Bij thuiskomst op de camping krijgt Agnes van Eric wat SMS-jes, die melden dat de Ohra vindt dat we, na overleg met de specialist, ’n paar dagen moeten doen over de rit met de caravan en dat Agnes goed naar de patient moet luisteren. Dan kennen ze hem nog niet! Bij vertrek uit het ziekenhuis krijgen we nog wat raadgevingen mee, rustig aan onderweg, na thuiskomst direct naar de huisarts en realiseren dat Fons nog niet beter is.

De reis verloopt voorspoedig hoewel het niet al te hard opschiet, zeker niet de eerste 100 km. Bij Lyon staan we een poosje in de file en rond half vijf zoeken we bij Beaune, 25 km. voor Dijon, een hotel op. We hebben dan ongeveer 350 km. gereden en dus voldoende voor de 1e dag. Fons gaat meteen in bad en doet daarna ’n dutje. Rond 7 uur gaan we in het restaurant eten. Fons heeft lekker gegeten. Voor de 1e keer sinds Fons ziek is geworden heeft hij goed en met smaak gegeten.

De 2e reisdag gaat ronduit slecht omdat Fons weer hoge koorts heeft, maar uiteindelijk zijn we thuis van onze lange vakantie. Een ander einde dan we hadden verwacht.

 

Bevindingen

We hebben al snel een zekere routine gekregen in onze dagelijkse bezigheden:

Tussen acht en negen uur staan we op. Fons gaat douchen en Agnes maakt de ontbijttafel klaar. Het bakoventje doet hierbij regelmatig goede dienst voor vers gebakken of ‘opgepiept’ stokbrood. Dan gaat Agnes douchen en Fons ruimt de ontbijtboel op. Rond half elf gaan we op pad, te voet, op de fiets of per auto, om de omgeving van de diverse campings te bezichtigen. Lunchen doen we onderweg, picknicken of in een stadje in een eetcafeetje. Rond vijf uur (afhankelijk van de bestemming) zijn we terug op de camping, koken of gaan uit eten, drinken koffie en nemen een glas (meestal een fles) wijn. Als het weer het toelaat, lopen we nog ’n rondje. ’s Avonds lezen we een boek, werken het reisverslag bij op de laptop, Fons speelt even  'n spelletje bridge op de laptop en dan doen we meteen wat spelletjes solitaire, waar vooral Agnes verslaafd aan lijkt te zijn. Onze dagen zijn dus goed gevuld.

Op ‘reisdagen’ staan we rond kwart voor zeven op en vertrekken om 8 uur naar de volgende bestemming.

In Frankrijk, Noord-Spanje en Portugal zijn veel Engelse en Nederlandse toeristen en kunnen er behoorlijk wat mensen met Engels uit de voeten. In Zuid-Spanje zijn veel Duitsers, Fransen en Nederlanders en bijna geen Engelsen. Hier spreken de mensen absoluut geen Engels, wel ’n beetje Duits.

De Spanjaarden praten erg hard, veel en snel. Trainingspakken zijn erg populair, ook bij de niet-toeristen. Vooral aan de westkust van Frankrijk, Spanje en Portugal.

De bezochte landen zijn beslist niet ‘beter’ dan wat we gewend zijn, Zuid-Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk.

Spanje en Portugal zijn aanmerkelijk goedkoper dan Oost-Frankrijk. Daar rijzen de prijzen in de supermarkten echt de pan uit. We hebben ’t idee dat het in West-Frankrijk goedkoper is. In Spanje en Portugal koop je al een uitstekend wijntje voor rond de € 1,=. In Oost-Frankrijk begint dat bij het driedubbele. Vooral groenten en fruit zijn hier onbetaalbaar.

Hoewel we vaak hoorden dat de Fransen arrogant en onaardig zijn, hebben wij dat absoluut niet zo ervaren. Vooral in het ziekenhuis in Aubenas zijn we voortreffelijk begeleid en deed iedereen zijn uiterste best om ons te helpen.

Eindconclusie: totdat Fons ziek werd, hadden we het prima naar de zin. De tijd vloog voorbij, al leken voor vertrek 3 sabbatical maanden heel erg lang. 

Na thuiskomst heeft het 8 maanden geduurd voordat we zover waren dat we onze vakantie op de homepage hebben gezet in verband met de nasleep van Fons z'n ziekte. Al die tijd hebben alle foto's, folders, souvenirs etc. ver weg in een kast verstopt gelegen, omdat we er even "de buik vol" van hadden. Nadat Fons genezen is verklaard, is er zachtjesaan weer 'n goed gevoel over de vakantie teruggekomen.

Zoals jullie wellicht zullen begrijpen, hebben we voorlopig even genoeg van lange en verre vakanties. In 2004 gaan we dus voor 2 weken naar De Pannenschuur in Cadzand op Zeeuws-Vlaanderen en 2 weken naar Saarburg, in de buurt van Trier. Misschien dat we ons in 2005 weer verder van huis durven te wagen!

 

Afstanden - benzineverbruik

We hebben totaal 10.433 km. gereden, waarvan 6.275 km. van camping tot camping en 4.158 km. voor rondritjes.
De rondritjes zijn inclusief 300 km. die Agnes heeft gereden in Aubenas voor ziekenhuisbezoek - boodschappen doen – camping.

Er werd 1.110 liter benzine getankt, waarmee gemiddeld 10,604 km. per liter werd gereden. We betaalden € 1.026,41 voor deze benzine en de gemiddelde prijs aan brandstof per km bedroeg  € 0,0984.

 

 

Deze grafiek geeft de hoogst gemeten temperatuur overdag aan. Aan het begin van onze vakantie hebben we nog ’n paar dagen nachtvorst gehad! De gemiddelde hoogst gemeten dagtemperatuur was 26,44ºC.

Van de 84 dagen dat we onderweg waren, hebben we 57 totaal droge dagen gehad. Vaak kregen we van vrienden een “medelijdend” e-mailtje dat we het zo slecht troffen met het weer, maar dat viel reuze mee. De regen viel vooral in het begin van de vakantie.